Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ander het voorrecht van het gezelschap onzer betooverende vriendin te genieten.''

,,0 ! zoo gij mevrouw Moorbreggen tot tochtgenoote hebben wilt," klonk het spijtig, „dan heb ik natuurlijk niets daartegen in te brengen. Gij zijt onze gastheer."

„Die voor eenmaal eens gebruik zal maken/' van zijn rechten hernam Rhodestanbedaard: „tenminste indien mevrouw mij dat veroorloven wil."

Eleanor boog toestemmend. Zij duchtte het denkbeeld alleen met hem te zullen zijn, maar zag duideiijk in dat er niets aan viel te veranderen, en met gemaakte vroolijkheid zeide zij tot Cunningham, die geheel en al uit het veld geslagen, als een bestrafte schoolknaap naar haar stond te kijken, als verwachtte hij alleen bijstand van haar :

,,En wie zult gij tot gezelschap krijgen ?" ,,Ik weet het waarlijk niet."

„Mij dunkt, dat schikt zich van zelf wel," hernam Sir Cecil, „uwe vrouw wordt vergezeld door een der jonge lieden."

„Ik heb reeds die toezegging verkregen," riep Philip uit, en wisselde een veelbeteekenden blik met de jonge vrouw, die zijn onuitgesproken wensch aanstonds had geraden.

„Welnu, dan schiet Jack over om met u te gaan, Cunningham ; tenzij dat gij van de partij zijn wilt, Norton ?" sprak Rhodestan.

Sluiten