Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vroeger zoo vaak beangstigd heeft."

„Vrouw," bromde Lodewijk, de breede hand loodzwaar op haar schouder latende rusten : „de Engelschen, die heden ons vaderland willen rooven om de schatten die het bevat, hebben voordezen alle vreugd en hoop gestolen uit ons huis, en hier ook weder is dezelfde booswicht, Cecil Rhodestan, de aartsroover, de hoofdschuldige, ik ben er zeker van. O ! zoo die

o '

ellendeling zich op het oorlogsveld mocht wagen, dan moge de Hemel hem bijstaan ; want al zouden ook al mijne patronen opraken, één kogel zal ik voortdurend bij mij dragen en krijg ik hem in het oog, dan zend ik hem dien toe, ter plaatse waar andere lieden een hart in zich omdragen."

Sluiten