Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en van de eeuwigheid; en dit juist is de toekomst, waarvoor wij ons tot geeue voorziening willen laten bewegen!

ZEVENDE HOOFDSTUK.

I. God behoudt zichzelven het oordeel over het hart des menschen voor — Niets vertoornt een rechter zoozeer tegen een schuldige, dan als hij ziet, dat hij zelf zich tot rechter opwerpen wil.-Men wroet in het hart van den naaste, of om er een reden in te vinden om hem te veroordeelen, of uit de nieuwsgierigheid van een nietsdoener, of uit nijd en boosaardigheid, of uit begeerte om in de veroordeeling van anderen zijn eigen rechtvaardiging te vinden: en dat alles doet een groot deel der menschen, zonder het zelfs te bemerken dat zij het doen.

II. Wij gelooven het, dat wij in het oordeel Gods behandeld zullen worden, zooals wij anderen behandeld hebben, omdat Jezus het gezegd heeft; maar wij handelen alle dagen, alsof wij het niet geloofden - Die barmhartigheid doet, zal barmhartigheid ontvangen. _ Deze rechtvaardige, verlichte en naar onze zonden geevenredi^de rechtvaardigheid is de wettige straf van de onrechtvaardige, vermetele en buitensporige gestrengheid van onze mee.te oordeelvellingen over den naaste.

III. Aan den éénen kant maakt de eigenliefde ons blind voor ons zeiven, en aan de andere zijde geven nijd en boosheid ons scherpziende en doordringende oogen voor anderen. — Een uitmuntend hulpmiddel om ons te genezen van onze haastigheid om het gedrag van anderen te beoordeelen is op ons zeiven te letten, eer wij lien te recht stellen. - Als wij half zooveel ijver hadden om ons zeiven te verbeteren, zouden wij onze eigen gebreken beter dan die van onze naasten kennen,

IV Het is een gewaande, blinde en kwalijk bestuurde liefde, die ons zoo aandachtig en zoo boosaardiglijk nauwziende maakt op

Sluiten