Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met hei doel om ons die ook te doen bewonderen en ons op te wekken om van alles Gode de eere geven. — Er zijn twee dingen, die het voorwerp zijn van Jezus' verwondering. Het eerste het gering getal dergenen, die den weg des levens vinden wegens de volmaaktheid, die hij eischt. (Matth. VII: 14). Het tweede de onverklaarheid der goddelijke verkiezing in de keus der personen, aan wie hij de weldaad des geloofs om niet schenkt. — Niets grooters bestaat er, niets dat der opmerking van een Christen waardiger is, dan het geloof en de werken des geloofs in de uitverkorenen Gods.

X. Somtijds gaat iemand, die verloren scheen, in het koninkrijk in, en komt in de plaats van hem, die een uiterlijk vroom leven leidde. Heden voor ons om te blijven vreezen, maar ook om te blijven hopen tot den einde. — Jezus kondigt hier de bekeeriug der meest afgelegen volken aan en voorspelt die, ten einde ons daardoor op te wekken om die van God te vragen — Veel te bidden om de komst van Gods koninkrijk en de uitbreiding van het zaligmakend geloof, is een der eerste plichten van een waar Christen. — Al de uitverkorenen zijn kinderen der belofte, en treden in den kring en deelen in de rechten der aartsvaders, omdat zij het zijn, aan wie God in de eerste plaats zijne beloften gedaan heeft. —Volgen wij Abraham na in zijn geloof, Izaük in zijne gehoorzaamheid tot den dood, Jakob in zijne hoop en verwachting der toekomende goederen te midden van de rampen dezes levens, indien wij met hen heerschen willen.

XI. Hoeveel Christenen laten de genadegiften, het koninkrijk, de zaligheid, die zij als in hunne handen hadden, verloren gaan, terwyl heidenen en afgodendienaars de zaligheid verkrijgen! — Eene eeuwigheid van duisternis, van tranen, van smarten, en dat voor een oogenblik van schuldig geuot! Welk een verblinding, zich aan die kans te wagen!

XII. Het geloof, dat God ons schenkt, is de bron en bepaalt de maat van zijne andere gaven. Eu de vermeerdering van te

Sluiten