Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van hij toch ook de schepper is; hoeveel minder de wezens, wier Vader, wier Verlosser, wier eeuwige zaligheid hij is!

XXVIII. Niets verwonderlijker, niets onbegrijpelijker, dan de zorg, waarmee God acht geeft op alles, wat zijne uitverkorenen betreft. — De minstgewichtige omstandigheden huns levens worden geregeld niet door die algemeene voorzienigheid, die over alles gaat, maar door eene bijzondere voorzienigheid, die alles overeeiibrengt en terugbrengt tot het plan van hunne behoudenis. — Alles is gelukkig in den dood van een waar christen, hoe onvoorzien, noodlottig en ongelukkig die ook moge voorkomen, omdat daarin alles bevorderlijk is aan zijne zaligheid.

XXIX. Wat is eene ziel niet waard, voor welke Jezus zijn bloed en zijn leven gegeven heeft; welk een vertrouwen moet zij niet hebben op zijne goedertierenheid ! — Het is maar billijk, o Heer, dat hij, die zijn vertrouwen niet stellen wil op uwe voorzienigheid, de altijddurende prooi van vrees en onrust is. Wat is het dus liefelijk, zich op u te verlaten en u in alles te laten begaan!

XXX. Christus te belijden, dat zegt niet alleen er voor uit te komen, dat men een christen is tegenover de dwingelanden, die ons vervolgen, maar dat zegt cok zijn voorschriften en voorbeelden te volgen, voor hem te lijden, zijn leer lief te hebben, te onderwijzen en te betrachten zonder er zich voor te schamen. Men heeft wel weinig geloof, als zulk een belofte niet in staat is ons moed in te boezemen om getuigenis aan de waarheid te geven ten koste van alles. — Men belijdt Christus, als men zijn leer, zijn dienaars, zijn volgelingen belijdt, en geen vrees ons weerhoudt hen te handhaven en te dienen in tijden van nood. — Men verwijst deze groote waarheid naar den tijd der martelaars, en doet dit alleen, omdat men zelf geen martelaar der waarheid zijn wil. Maar die waarheid geldt voor alle tijden en voor allerlei soort van personen, ieder op zijn eigen trant en wijze.

Sluiten