Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kan ons niet ontslaan van den plicht om hare plichten te vervullen.

Y. De stellige geboden houden, inde tweede plaats, op te gelden, als zij door een andere bijzondere wet worden opgeheven. — Wat men doet ten behoeve van den dienst van God, mag nooit geacht worden een onheilige handeling te zijn. — Jezus laat zich niet ontmoedigen door de boosheid zijuer vijanden; integendeel, hij geeft hun gelegenheid om na te denkeu over alles, wat zij van hem gezien hadden, waardoor zijne godheid werd gestaafd. — De eerbied en het godsdienstig ontzag der Joden voor hunnen afschaduwenden tempel zal ten oordeel strekken voor der Christenen gebrek aan godsdienstigheid tegenover Jezus, die het wezen des tempels is.

VI. De stellige wetten houden ook, in de derde plaats, op verplichtend te zijn door de wet der liefde en der barmhartigheid, die boven alles gaat. Weinige Christenen zijn er, die in de praktijk toonen zelfs maar eenigszins te verstaan, wat dit woord in zich heeft. Men is tamelijk vlug met aan God uitwendige dingen ten offer te brengen; maar het offer, dat wij hier in de eerste plaats schuldig zijn : het offer van onze gevoeligheden, van onze vijandschappen en van onze vleeschelijke voordeelen is het eerste, dat hij vraagt. — De begeerte om over anderen een ongunstig oordeel te vellen is een zwak, dat voor het hart van alle Adamskinderen recht verleidelijk is. — De wereld is somtijds vervuld van allerlei onrechtvaardige en gewelddadige handelingen, die uit niets anders voortkomen, dan uit oordeelvellingen, die onrechtvaardig en voorbarig zijn. — Een teeken van vooruitgang in de echte vroomheid is niet de bloote vermenigvuldiging van de uitwendige offerande der werken, maar de vooruitgang in de liefde en in de barmhartigheid jegens den naaste.

VII. Eindelijk houden de stellige geboden, in de vier d e plaats, op voor ons verbindende kracht te hebben, als wij er op wettige wijze van worden ontslagen, of wel door het gezag van deu wetgever. Is

Sluiten