Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XVI. Hoe beminnelijk is die zachtaardigheid van onzen Heer! Hoe waardig is zij door ons te worden nagevolgd! — Zijn Geest is geen geest van twisting, van murmureering, van geschreeuw, van pleitzucht. Hij, die dat alles liefheeft, behoort niet tot de zijnen. — De zachtaardigheid des Heeren als dienaar zijns Vaders is meer bepaaldelijk voorspeld om bedienaars van het heilig ambt te leeren, dat zij eene bediening hebben, waarbij geen hoogmoed, heerschzucht of gewelddadigheid, maar daarentegen wel nederigheid, matiging en zachtaardigheid past.

XVII. Men moet de sterkte, die den volmaakte eigen is, eeren en pogen na te volgeu, maar daarbij het goede, dat men in de min volmaakten en zwakken vindt, ontzien, en niet wanhopen zelfs aan de goddeloossten. — Dat niets ons dan ontmoedige, daar wij verzekerd zijn, dat de waarheid eenmaal zal zegevieren; maar laat ons geduldig zijn, want noch Jezus, noch zijne waarheid zullen ten volle zegepralen, dan na het jongste gericht. — Jezus verdraagt in dit leven de vijanden van zijne waarheid en van zijne kerk, omdat het nu voor hen een tijd van vernedering en lijden is; zijne macht zal zich ten tijde van zijne zegepraal in al hare heerlijkbeid vertoonen.

XVIII. Jezus is de eenige hoop der christenen. — Op Jezus te hopen, dat zegt: alleen van hem zijne zaligheid, wat ter zaligheid noodig is te verwachten; dat zegt: alle beloften der tegenwoordige wereld te verachten, om niets te waardeeren, lief te hebben en te begeeren, dan de goederen der eeuwigheid; dat zegt: alle ontberingen en alle rampen dezes levens met gelatenheid en geduld te verdragen bij het uitzicht en de hoop op het geluk, dat de Heiland ons verworven heeft.

XIX. De Satan maakt zich meester van het hart, van de oogen en van de tong des zondaars. Van zijn hart, dat hij met liefde voor de zonde vervult; van zijne oogen, door hem te beletten de grootheid en de gevolgen der zonde te zien; van zijne tong, door

Sluiten