Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ingelicht te worden, maar om het bestaande gebrek aan het licht te brengen. — Het is eene gave Gods, met onze armoede bekend te worden gemaakt ; nog grooter echter is de gave om die armoede recht te kennen, er van overtuigd en er over verootmoedigd te zijn, de genade des Heeren er te meer oni te waardeeren en haar te ontvangen in de zielsstemming van een arme, die zich de aalmoes, welke men hem schenkt, onwaardig acht. — Wat hebben wij uit onszelven om ons te onderhonden en te voeden in dit leven?

Ieder van ons moet de gaven Gods ontvangen in eene gestalte van verootmoediging des harten en in de kalmte eener ziel, die tot zich zelve is ingekeerd. — De nederigheid is een eerste vereischte om Jezus waardiglyk te ontvangen. Jezus geeft ons haar hier in een beeld te aanschouwen.

XXXI. Men moet God niet alleen danken, als men zijne gaven ontvangt, maar ook als men ze aan anderen uitdeelt. — God alleen geeft zonder te ontvangen. Jezus zelf dankt den Vader, omdat de menschelijke natuur, zelfs in den eengeboren Zone Gods, niets bezit dan hetgeen zij ontvangen heeft.

XXXII. De ziel wordt niet in waarheid gevoed, dan als God zelf haar spijzigt. — Het is niet genoeg te eten, men moet eten en verzadigd worden, (jij weet het, o mijn God, hoe weinigen er door uw woord waarlijk gevoed en verzadigd worden, hoe weinigen er in het vleesch en bloed van uwen Zoon aan het Avondmaal een genoegzaam zielenvoedsel ontvangen; en dat wel, ofschoon er nochtans zoovelen zgn, die uw lichaam aan de tafel genieten en uw woord in de Heilige Schrift lezen. Laat niet toe, dat dit misbruik bij mij gevonden worde! — Hoe meer wij den naaste in Gods gaven laten deelen, des te overvloediger genieten wij ze zeiven. Men zaait om te oogsten, wanneer men uit liefde zoowel de geestelijke, als de tijdelijke gaven met anderen deelt.

XXXIII. Dikwijls schenkt Jwus aan de liefde, die men voor de

Sluiten