Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en dat raeu beiden niet, soms nog wel beiden bijeen, in de christenen hervond!

X. Terwijl Jezus zich den nederigen en vernederenden naam van /ooi, des menschen geeft, beschaamt hij de ijdelheid der menschen, die zich opblazen over hunne titels. — Het is noch uittijdverveling, noch uit nieuwsgierigheid, noch uit hoogmoed, dat Jezus onderzoek doet naar hetgeen de wereld van hem zegt; maar hij doet liet uit grond der noodzakelijkheid om zijne discipelen te onderrichten, om valsche geruchten aangaande hem te voorkomen of tegen te gaan. Het is den evangeliedienaars nut, de valsche denkbeelden over den godsdienst, die onder het volk verspreid worden, te kennen, om ze uit hun geest uit te roeien. — Behoorden de christenen Jezus niet na te volgen, die zich met de nieuwstijdingen uit de wereld niet verder bezighoudt, dau zooveel zij zijne bediening en den godsdienst betreffen?

XI. Het is verkeerd aan bijbelheiligen, wie zij ook zijn, de eere te geven, die Jezus alleen toekomt. — Men raakt altijd op een dwaalweg, wanneer men sprekende over den godsdienst, daarbij de gissingen van den menschelijken geest volgt, in plaats van Gods \\ oord uitsluitend tot een lampe voor zijnen voet te nemen. — De waaiheid is een, de dwalingen zijn talloos tot in hetoneindi"e toe

XII. Jezus verwaardigt zich niet, bij de uitspraken der menigte over liem stil te staan. Hij geeft ons eene les om ten opzichte van de heilsleer niet te veel op de afgeleide kanalen acht te geven, maar tot de bronnen te <raan.

XIII. I etrus belijdt, als in aller apostelen naam, Jezus als den Christus, den Zoon van God. Dit ware niets nieuws, indien er alleen sprake ware van een kindschap door aanneming, en niet van een goddelijk Zoonschap van nature; en wederom, dit ware niets ongewoons, wanneer hij niet de Christus, dat is de Gezalfde ware door de zalfolie der Godheid zelve, en niet gezalfd met de

Sluiten