Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schen hem en haar gemeenschap van goederen bestaat. — Hen volgt Jezus niet na door den vrede te verstoren, de zwakken te ergeren, de zielenzorg te verwaarloozen en zich tegen de tijdelijke machthebbers te verzetten, ten einde een weinig aardsch goed in

' ~ O

veiligheid te brengen, of eenige uitwendige voorrechten te handhaven. — De vrijheid en de slavernij gaan in den Christen zeer goed samen: vrij van alle tegenwoordige dingen, door het geloof, maakt hij zichzelven ten slaaf van elk schepsel door de liefde.

HOOFDSTUK XVIII.

I. Welk een ellende is het, en toch wat is die ellende gewoon, dat een menscli aan niets anders denkt, dan aan zijn eigen grootheid en lioe zich boven anderen te verheffen ! De eerzucht is een gebrek, dat men bij geestelijken niet minder dan bij leeken ontmoet. Wanneer de apostelen, die alles verlaten hadden en die gedurende langen tijd Jezus' onderwijs hadden genoten en op hem als hun voorbeeld hadden mogen zien, er aan onderhevig zijn, waar is hij, die er niet voor te vreezen heeft P Zij blaakt soms nog feller en is altoos nog veel schandelijker in het koninkrijk der nederigheid en der waarheid dan in de wereld, die het rijk der ijdelheid en des hoogmoeds is.

II. Het is een plicht van de herderlijke liefde, zich naar de bevatting der zwakken te schikken, terwijl men hen onderwijst. Elders heeft Jezus verklaard, dat hij zelf de leeraar en het toonbeeld der nederigheid is ; maar hier verkiest hij ditmaal liever ons een kind voor te stellen als een voorbeeld, dat nog aanschouwelijker en ons daarbij altijd voor de oogen is.

III. Al wie steeds in zijn verkeerde hebbelijkheden volhardt en daarbij oud wordt, en er alleen om denkt, hoe hij nog iets meerder worden zal dan hij reeds is, in plaats van zich te verootmoedigen en te vernederen, hij is niet op den weg der zaligheid. — Of Jezus is niet de waarheid in persoon, öf er valt voor ons op geen

Sluiten