Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op grond van deze belofte verzekerd zijn, dat Jezus hun op een bijzondere wijze nabij is.

XXI. liet is zeer gevaarlijk, niet meer goed te willen doen, dan men juist noodig keurt om te kunnen zalig worden. — De eigenliefde is altijd vol zorg, altijd vol vrees om te veel te doen en te veel te geven. — Niets kost aan de bedorven natuur meer, dan de vergeving van beleedigingen ; op dit punt is zij altijd nog minder te spreken dan op andere. Men roept den raad der casuïsten niet in, dan om zooveel mogelijk de ingeviugeu van liet natuurlijk en bedorven hart door hen te laten wettigen; men schijnt daarbij minder te worden geleid door de vrees om de wet Gods te overtreden, dan door den wensch om te weten te komen, hoever men de wet Gods overtreden kan, zonder zich aan de verdoemenis bloot te stellen.

XXII. De liefde is een oneindige schuld en die geen grenzen heeft; dientengevolge moet ook de liefde voor onze vijanden en de vergeving van beleedigingen in ons hart geen grenzen hebben, ofschoon zij die kunnen en moeten hebben in ons uitwendig verkeer. — God en de Heiland hebben ons liefgehad zonder eenige grens, toen wij hun vijanden waren, en hebben ons alles om niet vergeven: en wij zouden angstig berekenen, tot hoever wij in de liefde voor onze vijanden en in onze vergeving van hunne beleedigingen zullen gaan ?

XXIII. Als men het leven der meeste menschen ziet, kan men dan nog gelooven, dat zij overtuigd zijn, dat men vaa alles bij den dood en in het jongst gericht rekenschap zal moeten geven ? Het is vooral op het punt der beleedigingen onzer vijanden, dat de zielenherder den zondaar het oordeel Gods voor moet houden, daar het God zelf is, die aan onze vergeving der zonden zijne vergiflenis heeft vastgemaakt, en onze weigering om alles te vergeven tot een oorzaak van weigering door hem van de ons onmisbare genade gesteld heeft.

Sluiten