Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X. Er bestaat in God getrouwheid, rechtvaardigheid en vrije genade in de uitdeeling zijner heerlijkheid. Getrouwheid aan zijne beloften, rechtvaardigheid ten opzichte van Jezus, genade omtrent de zondaars. — Wij hebben geen grond van aanspraak op die heerlijkheid dan de beloften Gods, omdat de deugden zeiven, die wij in een godvruchtig leven openbaren, in die belofte begrepen en gavey Gods zijn, daar die beloften en die gaven geen anderen regel of groud hebben, dan de vrije liefde en goedwilligheid Gods.— Wie waarlijk nederig is, is altijd tevreden met zijn lot en met zijn deel, en benijdt dat der anderen niet, daar hij weet dat hij niets verdient, en gelooft dat de anderen getrouwer zijn dan hij om God zijne genade met woeker te vergelden.

XI. Jezus deelt zijne gaven uit naar de mate, die hem behaagt. Ieder moet met zijne mate tevreden zijn. — De wil en de voornemens Gods zijn nooit zonder een opperste rechtvaardigheid, noch zonder een oneindige rede en wijsheid, beide eindeloos verre boven de menschelijke rede verheven. Zij worden voor den mensch in dit leven verborgen gehouden, om hem te leeren met God niet te redetwisten en hem te zoeken niet door de rede, maar door het geloof, en om hem te doen beseffen, dat liet niet de kennis, maaide gehoorzaamheid is, die ons heiligt en redt. — Hoe meer onze jaloerschheid en onze nijd betrekking hebben op geestelijke gaven, des te meer gelijken zij op de boosheid des duivels. — Daar de gaven der genade nog minder dan de goederen der natuur en der fortuin aan den zondaar zeiven verschuldigd zijn, is het een des te grootere zonde, als men meent die te kunnen verdienen en er een voorwerp van onze eerzucht of van onze jaloerschheid van maakt. — Door de genade, die een ander bezit, voor ons te begeeren doet men niet alleen dezen, maar ook Gode zeiven onrecht, die de meester zijner gaven is. — Er bestaat een nederige begeerte en een prijzenswaardige honger naar genade en gerechtigheid, maar er bestaat ook een hoogmoedige en onmatige begeerte naar deze goedereu, en deze laatste is gewoner dan men doorgaans meent.

17

Sluiten