Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dood en de zelfvernedering des Heilands en heeft ten doel ons den ootmoed te leeren kennen en liefhebben, en den hoogmoed der Adamskinderen en de in de wereld heerschende weelderigheid tegen te gaan. — Men leert hier de onderscheiden plichten der zielenherders kennen.

1. Zij moeten over de geloovigen geen heer en meester willen spelen, gelijk de vorsten over de onderdanen doen, maar eenvoudig herders van Jezus' schapen willen wezen.

2. Zij moeten in de gemeente geen opperheerschappij willen voeren, van de gemeenteleden geene andere gehoorzaamheid eischen, dan die door de rede gewettigd en daarmede overeenkomstig is.

3. Zij moeten de zwakken oprichten naar het voorbeeld des Heilands; zij moeten ze veeleer liefderijk zoeken te onderrichten, dan ze meesterachtig berispen; zij moeten ze niet van zich verjagen door ze hooghartig te behandelen, ze integendeel tot zich zoeken te trekken door zachtmoedigheid. — In het koninkrijk der liefde moeten allen, die daarin tot eenige bediening geroepen zijn, zich door liefde, en niet door een hoogmoedig en heerschzuchtig gedrag onderscheiden.

XX. 4. Het is voorts de plicht van een zielenherder, ook in zijn uiterlijk optreden het tegendeel te zijn van tijdelijke overheden, aan wie het vertoon en het ophouden van een zekere waardigheid en majesteit eigenaardig toekomt.

5. Hij moet al verder zijne bediening beschouwen als een roeping om zijner naasten dienaar en knecht te zijn, waarin hare ware grootheid bestaat. De wereld zoekt altijd hare grootheid in de zelfverheffing boven anderen, ja, streeft er zelfs naar om anderen tot die verhooging te doen dienen; maar dit streven is juist het omgekeerde van de ware evangelische en apostolische grootheid, die er zich altijd op beijvert den naaste nuttig te zijn met een wijze en verstandige nederigheid. Heere God! hoezeer troost ons het woord uws Zoons, dat gij de ware belangen van uwe kerk en van hare dienaars op het harte draagt!

Sluiten