Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXIV. Het mist nooit dut wij bezwaren vau de zijde der wereld ontmoeten, als wij tot God willen gaan; maar niets moet ons beletten 0111 het licht te zoeken en Jezus in te roepen, die gekomen is om on.s te verlichten. — De duivel weet wel, dat het door middel vau het gebed is, dat zijn rijk in ons verwoest moet worden. Hij weet wel dat, als men eens den smaak voor het gebed heeft en er zich met gezetheid op toelegt, meu allen grond heeft om alles te hopen; daarom trekt hij er ons vau af zooveel hij maar kan. Dikwijls zelfs weet hij er verhindering tegeu te verwekkeu door vrome menschen, onder vrome en schoonschijnende voorgevens. — De verzoekingen en bestrijdingen bij het begin der bekeering dienen den geloovigeu alleen om hun geloof te doen toenemen, om hen te dringender en te vuriger te doen bidden, en hen zich eeniglijk op Gods barmhartigheid te doeu verlaten.

XXV. Jezus verhoort, bemoedigt en verbindt aan zich en vereenigt

~ o

met zich allen, die volhardend zijn in het gebed. Hij wil dat wij hem ouze nooden nederig openbaren : hij wekt onze begeerten op om ons daardoor voor te bereiden tot het ontvangen zijner gaven. — De armoede en de blindheid van den zondaar zijn het gewone voorwerp vau de barmhartigheid Gods. Hij staat er bij stil, en legt er zijn ijver aan te koste, als men ze hem openbaart in een nederig en vurig gebed. — God vraagt niet naar den wil van hen, aan wie hij een buitengewone barmhartigheid wil betoonen, voordat hij hen willig gemaakt heeft om hem te antwoorden. Hij verlangt onze toestemming, maar brengt die zelf in ons teweeg. O Heere Jezus! gij weet wat ik wil dat gij mij doen zult! Dat ik u kenne, dat ik u liefhebbe, dat ik uit a' de kracht mijns harten er naar streve om u te bezitten, en dat alles door uwe genade !

XXVI. De eerste geuadegifte is geopende oogen des harten te hebben, om onze ellende en onzen Bevrijder te kennen. — Wie heeft er geen behoefte aan, om bij elke zijlier daden die genade te vragen, omdat er altijd tot op zekere hoogte duisternis in onzen geest en in ons hart gevonden wordt? — Lichamelijk blinden

Sluiten