Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelezen 't geen God tot ulieden gesproken heeft, die zegt: Ik ben de God Abrahams en de God Izaaks en de God Jakobs. God is niet een God der dooden, maar der levenden.

XXIV. En de scharen, dit hoorende, werden verslagen over zijne leer.

XXV. En de farizeën gehoord hebbende, dat hij den saddneeën den mond gestopt had, zijn te zatnen bijeenvergaderd.

XXA I. Lu een uit hen, zijnde een wetgeleerde, heeft gevraagd,hem verzoekende en zeggende: Meester, welk is het grootste gebod in de wet1?

Sluiten