Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schouwen gaf van de treurige lotsbedeeling, die wij hier den boozen zien toewijzen. — Welk een voorwerp voor ons geloof! Hoe veel stof vinden wij hier zoo voor onze opmerking, als voor ons nadenken, als wij Jezus zien als een God in zijn majesteit, een koning op zijn troon, een rechter in zijn gerechtszaal, een herder te midden van zijn kudde, waarin tot nu toe bokken en schapen dooreengemengd zijn. Stellen wij ons dien dag dikwijls voor oogen, en voorkomen wij die scheiding, door onszelven van de zondaars af te scheiden door een waarlijk christelijk leven.

XXX. De laatste ambtsverrichting van den oppersten Herder op aarde is, de vreeselijke verdeeling tusschen de menschen te maken voor de eeuwigheid. — Beijveren wij ons om tot het getal der schapen te behooren door de zachtmoedigheid, de nederigheid, de leerzaamheid en de onschuld van ons leven. — Zooals men uit het leven gaat, zoo zal men zijn voor eeuwig; of een schaap, 0111 zich met de eeuwige waarheid aan haar bron te laven, of een bok, om de prooi der duivelen te zijn. — O gij reine en onbevlekte kerk, beminnelijk gezelschap, dat alleen uit uitverkorenen bestaat! onsterfelijk lichaam, dat enkel levende leden bevat! tevergeefs zoekt men u op aarde. Het is op de nieuwe aarde der eeuwiglevendeu en na de groote scheiding, dat men u vinden zal bij God en in God, levende voor God en door God in eeuwigheid!

XXXI. Indien er ooit koningen geweest zijn, die anderen koninkrijken gegeven hebben, dan waren het 6f vreemde koninkrijken, die zijzei ven voor zich niet konden behouden, of koninkrijken, die hun tot last waren. Het is alleen God, die zijn eigen koninkrijk en dat uit loutere goedheid geeft, en dat koninkrijk, dat is hij zelf. — God zegent in Christus voor de eeuwigheid alleen degenen, die liij in hem verkoren heeft van eeuwigheid, en liij verkiest in hem alleen degenen, die hij uit vrije genade in hem bemint. — Komt en beërft, beminnelijke woorden, machtige en krachtig werkende woorden, die de uitverkorenen tot God trekken en in het bezit van God stellen. Hij, die gedurende zijn leven op de

Sluiten