Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XVIII. Het is een eigenschap der vromen te vreezen, dat de zonde in hun hart verborgen zij, zonder dat zij het weten. — Men moet zichzelven altijd nog meer dan audereu in gevaar achten om te vallen, omdat ieder beter dan een ander zijn eigen zwakheid kent en alles van zijn eigen ontrouw moet vreezen. — Er is een droefheid des vooruitziens vóór, gelijk er eene is van naberouw en boete na den val. Zou het mogelijk zijn, dat men, ziende op den bedorven grond onzer harten en op de nadering des gevaars, daarover niet zuchten, en zich niet bedroeven zou over het gevaar, waarin men steeds verkeert, om zijn God te verliezen? — Vreezen wij dus, maar laat het zijn zonder het vertrouwen te verliezen en zonder ons te zeer te ontrusten.

XIX. Judas, voor een tweede maal nog veel duidelijker gewaarschuwd, wordt er echter niet te meer door getroffen. Wanneer een hart eens verhard is, heeft het geen ooren meer om de waarschuwingen te hooren. — De vermenigvuldiging der weldaden is dan voor zulk een hart slechts een gelegenheid te meer om zich tegen de goedertierenheid Gods te verstokken. — Het is aan de verblinding en verharding des harten eigen, te maken dat men, evenals Judas, doof, verhard en ongevoelig is, zonder den Heer te kennen. O Heere mijn God, maak dat mijn hart beve bij de enkele gedachte van zulk een toestand, waaraan ik maar al te zeer verdien te worden overgelaten, indien gij mij geene barmhartigheid betoont!

XX. Judas, voor de derde maal gewaarschuwd, blijft verhard en doof voor de stem van zijn Meester, die hij zoo dikwijls gehoord heeft. — Jezus beschouwt zijn dood alleen als een reis en een doorgang. — Langen tijd vóór de geboorte zijner vijanden staat er reeds van hem geschreven, dat hij sterven moet, opdat men weten zou, dat het niet uit nooddwang maar uit gehoorzaamheid is, dat hij voor ons sterft; het is ook uit gehoorzaamheid, dat wij ons de verdienste van zijn dood moeten toeëigenen. Ongelukkig zij, die, als Judas, er geen deel aau hebben dan door hun misdrijf en hun verraad. Het is het misdrijf van alle slechte

Sluiten