Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XLI. De zelfzucht maakt ons waakzamer wanneer het gevaar daar is, dan al de raadgevingen van onze meest verlichte vrienden. — Als wij er over verontwaardigd zijn, dat wij Hem, die de heiligheid zelve is, in de hand der zondaars zien, laten wij onszelven daarvan de schuld geven, vermits het onze zonden zijn, die Jezus aan de zondaars hebben overgeleverd. Zijn liefde blijft werkzaam tot het einde. Aanbidden wij het laatste gebruik, dat hij van zijn vrijheid maakt, om raad aan zijne discipelen te geven en hen uit hunne slaapzucht op te wekken.

XLÏI. Gelukkig hij, die het kruis en zelfs den dood tegemoet gaat uit ijver voor de gerechtigheid Gods, of uit liefde voor zijn naaste, maar zonder iets te doen tegen de bestelling Gods, of tegen hetgeen men overigens den naaste schuldig is, of tegen hetgeen de voorzichtigheid en de nederigheid ons voor onszelven vragen.— Jezus wijst al de gangen van zijn vijanden aan, om te doen zien dat hij niets doet tegen zijn wil, dat zij niets doen dan hetgeen hij hun toelaat, en dat hij gevangen genomen is geworden, omdat hij het gewild heeft

XLIII. Welk een vreeselijke verandering: een der hoofden van Jezus kudde veikeerd in het hoofd van een wolven- en dievenbende! — Hij, die niet beeft bij het gezicht van zulk eeu onbegrijpelijkeu val, weet nauwelijks, tot hoe ver de verblinding en boosheid van het menschelijk hart kan gaan. Yreezen wij voor onszelven naar gelang van de hoogte, waarop wij staan. Van hoe hooger men valt, des te minder kans voor redding blijft er over.

XLIV. Het gedrag van Judas is het beeld van dat der huichelaars. Aanbidden wij den goddelijken Vredevorst, die door een valsch teeken des vredes verraden wordt. — De wereld is vol van die verraderlijke beleefdheden en vriendelijkheden, die geen andere strekking hebben dan om ons iu hare macht te leveren en ons te verderven. Het is zaak voor hem, die zijne zaligheid liefheeft, om zich daardoor niet te laten verstrikken. Men moet een hart hebben,

Sluiten