Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men met des te meer ijver zich te zijnen gunste verklaren. — De drang tot zulk eeu moedbetoon is een teeken, dat God ons tot een goed werk roept, en dit vooral, wanneer er noch eer noch voordeel vau de zijde der menscheu op zulk een daad te hopen is, en het natuurlijk hart niets anders doet dan er ons afkeerig vau te maken.

XLII. Wat zou de menscheljjke voorzichtigheid aan Jozef al niet tegengeworpen hebben, indien hij haar bij deze gelegenheid geraadpleegd hnd. Zij zou hem hebben voorgehouden, dat hij zichzelven waagde, dat hij zich moeielijkheden berokkenen zou, dat hij zich verdacht zou maken, dat hij zich in een toestand zou plaatsen van niets goeds meer te kunnen doen, dat hij zich onherstelbaar in het verderf zou storten, en wat niet al meer! . ... Er komt somtijds in het leven maar een enkele maal de gelegenheid voor, waarin God ons in zijn dienst wil gebruiken, en men wil zichzelven sparen voor andere gelegenheden, waarin God onzen dienst niet begeert. Men verliest de genadegift van de eerste gelegenheid en verdient van de andere beroofd te worden. O van hoeveel belan» is het, een zoodanige gelegenheid te erkennen en daaraan getrouw te zijn!

XLIII. Bewonderen en aanbidden wij de bijzondere voorzienig-

* Ö

heid Gods omtrent zijn Zoon en het geloof zijner kerk. Drie Evangelisten merken op, dat niemand in dat graf' gelegd is geweest. Dit is om hen te beschamen, die zouden willen zeggen, dat een ander dan Jezus is opgewekt.

XLIV. De ijver om den dood van Jezus tot een stof van gedurige overdenking te maken is het deel van hen, die hem vurioliefhebben. — De dood kan geen vriendschap doen ophouden, welke de Geest Gods heeft doeu ontstaan en het bloed van Jezus nog hechter komt te maken. — De getrouwheid des g:loof's bestaat daarin, dat men gehecht blijft aan Hem, dien men niet ziet, en dat is de genade, welke aan die heilige vrouwen geschonken wordt.

Sluiten