Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor zijn kudde dwingt hem om allereerst hare herders te versterken en te bemoedigen. — Die uitdrukking m ij n broeders komt overeen met den staat van den opgewekten Heer. Zij zijn woorden, vol van grond tot hoop ; woorden, die aantoonen, dat hij hen beschouwt als zijn mede-erfgenamen in de heerlijkheid; dat het in dien staat is, dat wij zijn gelijkenis dragen ; dat wij God tot vader hebben zullen op een veel verhevener en volmaakter wijze, door de volkomenheid der goddelijke kindsaanneming, door de volmaakte losmaking van het geslacht der Adamskinderen en van alles wat wij door de vaderen onzes vleesches van Adam hebben ontvangen, en door de volmaakte vereeniging niet het lichaam des Heeren. 0 christelijke hoop! o liemelsche erfenis! o broeders en mede-erfgenamen van Jezus, waarmede verlustigt gij u nog op aarde, gij, die een Vader, een Broeder in den hemel hebt!

X. De Joden, bedrogen in hun plannen, verharden zich nog meer en bekronen hun hoosheid door een nieuwe misdaad. Op die wijze brengt de eene zonde de andere voort, en leidt dikwijls ten slotte tot de eeuwigdurende onboetvaardigheid. — Welk een ongeluk, tot een leugen de toevlucht te nemen om zijn misdaad te bedekken, liever dan tot de boetedoening om haar uit te wisschen ! Men moet naar gelang van zijne zonden voor andere daaruit voortkomende zonden vreezen : de verleiding, de valsche schaamte, de stijfhoofdigheid in het volhouden en de halsstarrigheid tot den einde toe. — Hoe duur betaalt men menigmaal de ijdelheid, tengevolge van welke men de beschaming heeft willen ontgaan om tot een leugenaar gemaakt te worden!

XI. De geldgierigheid en de begeerte naar het aardsche goed hebben Jezus altijd vervolgd. De geldgierigheid der Joodsche priesters deed het gedurende zijn leven; die van een apostel veroorzaakte zijn dood.; de begeerte naar geld bij de soldaten is er op uit het wonder van zijn opstanding te doen loochenen ; en die der slechte geestelijken zal hem in zijn kerk vervolgen tot het einde der wereld. — De oudste en wreedste vijand der kerk is het geld, hetzij de bedorveu geestelijken, hetzij de roofzuchtige soldaten er door

Sluiten