Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verklaring a). Men beginne de bewerking met het cijfer der hoogste eenheden in den vermenigvuldiger, dns met 2. Daar het product in twee decimalen nauwkeurig moet zijn, bepale men van elk gedeeltelijk product drie decimalen. Daar verder het cijfer 2 tienden voorstelt, moet men, om in het eerste gedeeltelijke product drie decimalen, dus duizendsten, te verkrijgen, het vermenigvuldigtal tot in honderdsten nauwkeurig nemen. De honderdduizendsten (7),

de tienduizendsten (4) en de duizendsten (5) van het vermenigvuldigtal kunnen

derhalve verwaarloosd worden, mits men zorge, dat de invloed, dien dit laatste cijfer, bij de vermenigvuldiging met 2 tienden, op de duizendsten van het eerste gedeeltelijke product heeft, in rekening gebracht worde. Men vindt dus: le gedeeltelijk product = 0,2 X 46,97 •+- 0,2 x 0,005 = (2 X 4697 )

duizendsten = 9395 duizendsten.

Om in het tweede gedeeltelpe product drie decimalen te verkrijgen, merke men op, dat het cijfer 3 van den vermenigvuldiger honderdsten voorstelt. Men moet dus het vermenigvuldigtal tot in tienden nauwkeurig nemen, maar tevens letten op den invloed, dien het cijfer der honderdsten van het vermenigvuldigtal, bjj vermenigvuldiging met 3 honderdsten, op de duizendsten van het gedeeltelijke product heeft. Zóó vindt men:

2e gedeeltelijk product = 0,03 X 46,9 -(- 0,03 x 0,07 = (3 X 469 -(- , ) duizendsten = 1409 duizendsten.

Op dezelfde wijze verkrijgt men:

3e gedeeltelijk product = 0,004 X 46 + 0,004 x 0,9 = (4 x 46 + 3,6) duizendsten = 188 duizendsten.

4e gedeeltelijk product = 0,0006 x 4(0) + 0,0006 X 6 = (6 x 4 + 3,6 > duizendsten = 28 duizendsten.

5e gedeeltelijk product = 0,00007 X 4(0) = 2,8 duizendsten = 3 duizendsten. Opmerkingen. 1) Uit het bovenstaande blijkt, dat men alleen bij het eerste gedeeltelpe product te letten heeft op de juiste plaatsing van het decimaalteeken. Bij elk volgend gedeeltelijk product toch verwaarloost men in het vermenigvuldigtal één cijfer meer dan bij het voorgaande gedeeltelijke product, waardoor de eenheden der laagste orde in alle gedeeltelijke

producten gelpnamig worden.

2) Komt in een benaderde bewerking bij de eenheden der laagste orde, die men berekent, nog een deel van zulk een eenheid voor, dan verwaarloost men elk deel, dat kleiner is dan 0,5, terwijl men 0,5, en wat meeris, door 1 vervangt. Zoo is bij de bovenstaande bewerking in het tweede en het derde gedeeltelijke product 2,1 door 2 en 3,6 door 4 vervangen.

3) In de practp is in de meeste gevallen het gevraagde aantal decimalen nauwkeurig, als men bjj de benadering één decimaal meer berekent.

4) Bij de tweede bewerking, onder b), zijn de factoren van het gevraag e product met elkaar verwisseld. De verklaring wordt verder aan den lezer overgelaten.

Sluiten