Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het verkoopsbedrag. De deelen moeten dus tot elkander staan als oO, 150 en 200 of als 1, 3 en 4. Men heeft derhalve:

t 1 : A of A = ƒ2198,50

il-l-3 4-4) : 17588 = ] 3 : B , B = , 6595,50 ^ ^ ( 4 : C . C = , 8794,-.

Opmerking. Alvorens tot de toepassing van den regel over te gaan, onderzoekt men, zooals in deze oplossing is aangewezen, of de verhoudingsgetallen vereenvoudigd kunnen worden.

160) Drie fabrikanten hebben aangenomen in 4 weken tijds een fabnka , ter waarde van ƒ 172000, te leveren. Gedurende dien tyd werkt de eerste met 100 man 9 uur per dag, de ticeede met 90 man 12 uur per dag en de derde met 60 man 10 uur per dag. Hoeveel komt ieder van de genoemde som toe? 100 man doen in 9 uur evenveel als 1 man in 100 X 9 uren _ 900 uren. 90 man doen in 12 uur evenveel als 1 man in 90 X 12 uren = 1080 uren. 60 man doen in 10 uur evenveel als 1 man in 60 X 10 uren — 600 uren. De eerste fabrikant levert dus dagelps zooveel van het fabrikaat, als man in 900 uren, de tweede zooveel als 1 man in 1080 uren en de derde zooveel als 1 man in 600 uren kan fabriceeren. Daar zij allen vier weken werken, staan

hun aandeelen dus tot elkaar als 900,1080 en 600 of als 15,18 en 10. Derhalve:

i 15 : A of A = ƒ60000

, 15 4. 18 + 10) : 172000 = ] 18 : B , B = , 72000 ^ ^ ( 10 : C , C = , 40000.

§ 128. Vraagstukken. *)

598 i Verdeel ƒ1500 in vier deelen, die tot elkaar staan als de getallen

1, 2, 3 en 4. .

5991 Als 3 kooplieden in een handelsonderneming voor gemeene rekening ƒ10000 gestoken hebben, n.1. A ƒ1250, B ƒ3750 en C de rest, hoeveel krijgt dan ieder van de zuivere opbrengst, die ƒ4500 bedraagt?

6001 Een schip komt met haverg binnen. Volgens de schaderekening bedraagt de schade in het geheel ƒ3595. Als nu de waarde van het schip verdeeld is over 20 gelijke aandeelen, waarvan A 4, B 3, C 7 en ü b bezit, hoeveel moet dan ieder bijdragen tot herstel der schade?

601) Drie kooplieden verkoopen een partij katoen voor gemeene rekening. A is daarbij geïnteresseerd voor ƒ12000, B voor ƒ8400, C voor ƒ3600. Uit de verkooprekening blijkt, dat er ƒ2940 verloren is. Hoe groot is

ieders aandeel in het verlies?

602» Vier reeders hebben een schip, ter waarde van ƒ 120000, uitgerust. Het aandeel van A bedraagt ƒ42000, dat van B ƒ19000, van C ƒ28000 en van D

i) Voor de vreemde munten, maten en gewichten raadplege men, zoo noodig, het alpliabetisch ingerichte „Aanhangsel".

Sluiten