Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

138

§ 182. Komen bg de staffelmethode posten voor, die na den dag der afsluiting vervallen, dan gaat men de bewerking uitvoeren, alsof de laatste vervaldag tevens dag van afsluiting ware. Vervolgens berekent men rente van het saldo der kapitalen gedurende den tgd, die tusschen den dag van afsluiting en den laatsten vervaldag ligt, en brengt deze rente in het debet (credit), als het saldo der kapitalen een credit-saldo (debet-saldo) is, zooals nader blijkt uit het volgende:

208) A is in rekening-courant schuldig de vólgende sommen.

5 Oct. f 1498,60 per 16 Oct. 1908,

18 . , 3600,- „ 18 Dec. 1908,

4 Nov. , 6129,85 „ 4 Jan. 1909,

13 „ , 2949,50 „ 28 , 1909;

verder heeft hij de volgende bedragen te vorderen:

2 Oct. f 2417,60 per 2 Nov. 1908,

26 Nov. „ 3115,20 , 28 , 1908,

12 Dec. „ 4000— „ 25 Jan. 1909,

15 „ „ 3718,50 „ 15 Febr. 1909.

Hoe groot is op ultimo December 1908 het saldo der rekening, als de rente 4% 'sjaars bedraagt ?

Neemt men den laatsten vervaldag, 15 Februari, als dag van afsluiting, dan vindt men (zie model II, pag. 139. als debet-saldo der kapitalen, zonder berekening van rente, f 926,65. A is dit bedrag dus schuldig op 15 Febr. 1909; wil men er hem nu op ultimo Dec. 1908 vooi debiteeren, dus 45 dagen te vroeg, dan moet hg gelijktijdig gecrediteerd worden voor 45 dagen rente van f 926,65. Daarom is naast dit saldo liet renteproduct 417 (ontstaande uit 45 X 927) in het credit geplaatst. Overigens komt

de geheele berekening overeen met die in model I.

Opmerking. Wiskundig juist is de berekening niet. Zie de derde opmerking van § 181.

Sluiten