Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

40 troy-pound rauntgoud (Standard-gold) van 22 carats of 0,91li fijn. De remedie op het gehalte bedraagt 0,002, die op het gewicht (sedert 1892) 1 grain voor het stak van 5 £, 0,4 gr. voor 2 £, 0,2 gr. voor 1 £ en 0,15 gr. voor ^ £.

Vóór 1816 was de rekeneenheid de guinea 1 ), een goudstuk van hetzelfde gehalte als de sovereign. Uit 2 troy-t Standard-gold werden 89 guineas gemunt, zoodat do guinea nauwkeurig gelijk is aan 21 s in goud. Dit stuk komt als rekenmunt nog voor, niet alleen b\j de bepaling van assurantie-premiën (§ 155, No. 760», maar zelfs bjj de noteering van winkelprijzen.

Ieder heeft het recht, goud te laten aanmunten. De Munt \Bullion Office) berekent daarvoor geen loon; zij is echter niet verplicht, partijen beneden de waarde van £ 20000 aan te nemen. Dit bedrag wordt gewoonlijk na 14 dagen, uiterlijk na 1 maand, in munt afgeleverd met £ 1869 per 40 troy-V of £ 3.17.10^ per troy-oz Standard-gold. Wil men het genoemde tijdverlies ontwijken, dan kan men steeds het goud, ook in kleinere hoeveelheden, tegen onmiddellijke betaling aan de Munt verkoopen voor £ 3.17.9 per troy-oz standard-gold.

Duitschland.

§ 274. In het Duitsche keizerrp is men, na den jongsten oorlog met Frankrijk, begonnen met de invoering van den gouden standaard. De rekeneenheid is de Beichs-Mark (BM) of Mark k 100 Pfennige (.Pf). Tot de standpenningen behooren stukken van 20 Mark i Doppelkronej en van 10 Mark (Kronei, beide met een gehalte van 0,9. 2790 Mark in deze goudstukken bevatten 1 KG fijn goud. De remedie op het gewicht bedraagt

2i°/oo en °P het gehalte 0,002.

Ieder heeft het recht, goud te laten aanmunten. Het muntloon mag het maximum van 14 BM per KG fijn in Doppelkronen niet te boven gaan. Het bedraagt tegenwoordig 6 BM, zoodat men 2784 BM per KG fijn ontvangt.

Engelsche etymologen, een verbastering zijn van easterling, naam aan vreemde kooplieden, inzonderheid Duitsche, gegeven, „because they lie east in respect of us and whose money was of the purest quality." Hoe dit zjj, in het midden der dertiende eeuw kwamen bij ons reeds munten voor, die den naam ester of sterling droegen. Men had toen als rekeneenheid een pond van 20 schellingen a 12 grootcn. Van dien groot was de sterling een derdedeel en van dat pond was het pond sterling ook een derdedeel. Het is dus zeer wel mogeljjk, dat de Eugelschen hun pound sterling met zijn verdeeling aan ons te danken hebben.

De guinea wordt zoo genoemd, omdat zjj het eerst geslagen werd uit goud, dat uit Guinea was aangevoerd.

Sluiten