Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 275. Tot de oudere munten behoort de Thaler 1) met een gehalte van 0,9. 30 Thaler moeten 500 G fijn zilver bevatten. Deze munt moet in het verkeer voor 3 Mark aangenomen worden. Zjj wordt sedert 1 Juni 1900 ingetrokken en tot pasmunt verwerkt. Hiermede zal omstreeks 1912 in Duitschland de hinkende standaard verdwijnen.

De Muntwet 1908 herstelt den Thaler als pasmunt.

Oostenrijk.

§ 276. In Oostenrijk is men in 1892 begonnen met de invoering van den gouden standaard. Rekeneenheid is de Krone (Ko/w), verdeeld in 100 Heller Als standpenningen worden geslagen goudstukken van 2 en 10 Kronen, met een gehalte van 0,9, terwjjl 3280 Kronen in goudgeld 1 KG fijn bevatten. De remedie op het gewicht bedraagt 2 °/00, die op

het gehalte 0,001.

Tot de zilveren pasmunten behoort een stuk van 5 Kronen, met ee

gewicht van 24 G en een gehalte van 0,9.

Verder heeft men als negotiepenningen gouden Dukaten (ook viervouden) met een gehalte van 0,986 (ft) en een gewicht van 3,491 G ») en zilveren Maria- Theresia- Thaler of Levantiner- Thaler 3) met een gehalte van

0,83 (t) en een gewicht van 28,064 G. ,

Ieder heeft het recht, standpenningen en negotiepenningen te doen aanmunten. Het muntloon voor goud mag niet hooger zjjn dan 0,3 /o; het bedraagt thans (1908) voor particulieren 6 Ko/w, voor de Oostenrijksch-

Hongaarsche Bank 2 Ko/w per KG fijn.

§ 277. Vóór 1892 had Oostenrijk den zilveren standaard. De^ munteenheid was toen de Gulden oesterreichischer Wührung ifl o/w) a 100 Kreueer. Van dezen standpenning, die een gehalte had van 0,9, werden 90 stukken

uit 1 KG fijn zilver gemunt.

Tot de negotiepenningen behoorden de Napoleon d'or of kortweg Napoleon

»i Op het einde der vijftiende eeuw werden van het zilver uit de bergwerken te Joachimsthal i Bohemen; munten geslagen met den naam Joachimsthaler later kortheidshalve Thaler genoemd. Daar deze munt in den handel zeer gewild was, bootste men ze bij ons na en gaf ze den naam van rüksdaalder. Ook in Amerika werd ze nagemaakt en dollar genoemd. 2 j j)e Dukat wordt voornamelijk aangemunt voor den handel met Bulgarije,

Rumenië, Servie en Turkije.

3) Deze negotiepenning, voorzien van de beeltenis der keizerin Maria Theresia en het jaartal 1780, was vroeger het voornaamste circulatiemiddel in de Levant (Balkan-staten, Turkije en Egypte). Tegenwoordig circuleert zij hoofdzakelijk in Arabië en in Oost-Afrika (o.a. in de landen van den boven-Njjl, in Soedan, Abessinië, Soeakim, Massova, het sultanaat Harrar

en in Zanzibar).

Sluiten