Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1. Het wettelijke pari.

§ 293. Blijkens het voorgaande behoort men bij de berekening van het wettelijke pari bekend te zijn met de wettelijke bepalingen op de vervaardiging van beide munten. Verder is het duidelijk, dat dit pari alleen dan gevonden kan worden, als de munten in denzelfden standaard voorkomen, of als, bij verschil van standaard, de verhouding van goud en

zilver wettelijk vastgesteld is.

302) Wat is het wettelijke pari van den franc der Latijnschc unie en den gulden N. C., beide in den gouden standaard?

ai Volgens § 268 bevatten 155 louis d'or of 3100 francs 900 G fijn goud, dus 1 franc G = 0,2903 G fijn.

Verder is volgens § 265 het gehalte van den gouden willem 0,9, het bruto gewicht 6,72 G, dus het fijn gewicht 0,9 X 6,72 G = 6,048 G. Derhalve is de hoeveelheid fijn goud in den gulden 0,6048 G. De verhouding tusschen den franc en den gulden is bijgevolg:

0,2903 :0,6048 = 0,48.

6i Ook met behulp van den volgenden kettingregel wordt het antwoord

op de vraag gevonden:

f in goud x = 1 franc in goud fr in goud 20 = 1 louis d'or louis d'or 155 = 1000 G muntgoud van 0,9 G muntgoud van 0,9 6.72 = 10 gulden in goud.

~ f x = f0,48.

Opmerking. Ter beantwoording van de vraag, of de kettingregel met de vergelijking fx = fr 1 dan wel met fr x = f 1 beginnen moet,redeneere men als volgt: Gevraagd wordt het muntpari van den franc en den gulden,

dus de verhouding waarin fr 1 (f 1) beteekent de waarde of wel de

hoeveelheid fijn goud van fr 1 (ƒ1). Noemt men deze onbekende ver-

ft 1

houding x, dan heeft men de vergelijking : x = yp dus xX fl-frl of ƒ x = fr 1.

Ware gevraagd het muntpari van den gulden en den franc, dan zou de kettingregel begonnen zijn met de vergelijking fr x — f 1.

3031 Welk wettelijk pari bestaat er tusschen den franc der Latijnsche unie en den gulden JV. C., beide in den zilveren standaard.

ai 5 francs bevatten volgens § 268 25 G muntzilver van 0,9 gehalte of

22 5

0,9 X 25 G = 22,5 G fijn zilver, dus 1 franc = 4,5 G fijn.

Verder weegt de gulden blijkens § 265 10 G en heeft een gehalte van 0,945, zoodat hij 0,945 X 10 G = 9,45 G fijn houdt.

Het gevraagde pari is derhalve: 4,5 : 9,45 — 0,475.

Sluiten