Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Om dezelfde reden vloeide in vroeger jaren, toen het zilver nog niet gedeprecieerd was, de zilveren pasmunt van 1 en 2 lire uit Italië naar Frankrijk, telkens als het zilveragio boven 8,6 #/o steeg. J) Zie § 426, vraagstuk 1788.

307) Wélke verhouding vindt men in Nederland tusschen de waarde van goud en zilver in de standpenningen?

a) Volgens § 265 weegt een gouden toillem 6,72 G en heeft een gehalte van 0,9, zoodat de hoeveelheid fijn 0,9 X 6,72 6 = 6,048 G bedraagt. Hieruit volgt, dat 0,6048 G fijn goud f 1 waard is.

Verder weegt de zilveren gulden 10 G en heeft een gehalte van 0,945, zoodat aan 9,45 G fijn zilver de waarde van f 1 toegekend is.

Daar nu 0,6048 G fijn goud in waarde gelijk gesteld is aan 9,45 G fijn zilver, is 1 G fijn goud = (9,45 : 0,6048 =) 15,625 G fijn zilver, dus de gevraagde verhouding = 15,625 of 15f.

b) Ook de volgende kettingregel leidt tot het doel:

G fijn zilver x = 1 G fijn goud , , goud 9 = 10 „ muntgoud G muntgoud 6,72 = 10 gulden

gulden 1 = 10 G muntzilver G muntzilver 1000 = 945 „ fijn zilver x — 15,6257

§ 295. VRAAGSTUKKEN.

1204) Vóór 1 Juli 1872 rekende men te Bremen naar Thaler Louis d'or, waarvan 5 gelijk waren aan 1 Louis d'or of Pistool. Als nu 84 Pistolen geacht worden 500 G fijn goud te bevatten, dan vraagt men, hoeveel E Mark gelijk zijn aan 100 Thaler Louis d'or? Zie § 274.

1205) Vóór 1857 werden in Pruisen 35 Friedrichs d'or geslagen uit één Keulsch Mark goud van 21 Karat en 8 Grün fijn. Hoeveel R Mark is één Friedrich d'or waard, als 1 Keulsch Mark — 233,855 G bedraagt en de eenheid, ter bepaling van het gehalte, verdeeld werd in 24 Karat a 12 Grün'! (§ 274.)

1206) In Duitschland wordt in den effectenhandel 1 Noord-Amerikaansche gouden dollar gelijk gesteld aan 4,20 R Mark. Hoeveel verschilt deze valvatie van het wettelijke pari? Zie § 274 en § 285.

1207) Hoeveel gulden zijn gelijk aan 1 alfonso, volgens de bepalingen, die in Nederland en Spanje op de aanmunting van goud bestaan ? Zie §265 en § 272,

In November 1878 bevonden zich dientengevolge 100 millioen lire Italiaansche zilveren pasmunt in de kassen der Fransche Bank.

Sluiten