Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1208) Welke waarde heeft een zilveren roebel in guldens zilver, volgens de wettelijke bepalingen op het gewicht en het gehalte der beide munten ? Zie § 265 en § 278.

12091 Wat is het wettelijke pari van den fl o/tv en den gulden zilver? Zie § 265 en § 277.

1210) Bepaal het wettelpe pari van den franc en de R Mark, beide in den gouden standaard. Zie § 268 en § 274.

1211) Volgens het tarief van 26 Juli 1856 moest in de staatskassen van Ned. Indië de Spaansclie piaster of pilaar-mat voor ƒ2,50 in betaling worden aangenomen. Als nu 8f- piasters uit een Castiliaansch mark (230,071 G) muntzilver van 0,9 fijn geslagen werden, hoeveel stond dan het tarief onder het wettelijke pari?

12121 Volgens hetzelfde tarief moest de zilveren dollar der Vereenigde Staten van N. Amerika voor f 2,55 worden aangenomen. Als nu dit muntstuk een gewicht van 412^ Engelsche troy-grs en een gehalte van 0,9 heeft, hoeveel stond dan het tarief boven het wettelijke pari?

12131 Hoeveel Engelsche sovereigns zijn gelijk aan 100 Duitsche Doppelkronen, volgens de bepalingen, die in Engeland en Duitschland op de aanmunting van goud bestaan? Zie § 273 en § 274.

12141 Hoeveel Engelsche sovereigns zijn gelijk aan 100 Duitsche Doppelkronen, als men voor beide munten het wettelijke minimum van gewicht en gehalte berekent? Zie § 273 en § 274.

12151 Welke waarde heeft een zilveren roebel in francs zilver, volgens de wettelijke bepalingen op het gewicht en gehalte dezer munten? Zie § 268 en § 278.

12161 Bepaal het wettelijke pari van de Zweedsche kroon en de R Mark, beide in den gouden standaard. Zie § 274 en § 281. *)

1217) Welke verhouding bestaat bij de Latijnsche unie tusschen de waarde van goud en zilver in de standpenningen? Zie § 268.

12181 De muntwet van 1816 bepaalde het gewicht van den Nederlandschen gulden op 10,765 G, het gehalte op 0,893 2); in 1839 werd dit muntstuk door den tegenwoordigen gulden vervangen. Hoeveel °/0 werd het in waarde verminderd? Zie § 265.

1219) Toen België met Nederland vereenigd was, stelde de regeering 400 francs — f 189. Hoeveel °/0 is deze valvatie boven het wettelijke pari? Zie vraagstuk No. 1218 en § 268.

1220) Welke verhouding heeft Duitschland aangenomen tusschen de waarde van het goud in de standpenningen en het zilver in de pasmunt? 200 R Mark in zilveren pasmunt = 1000 G fijn. Zie § 274.

1) Eindexamens Handelsschool.

2) Dit muntstuk bestond sedert 1694 en droeg den naam van generaliteitsgulden. Het bevatte 200 azen fijn. 'Zie § 266).

Sluiten