Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar deze gegevens de reëele waarde van 1 piaster, als zilver genoteerd is op f 44?

12621 Als uit onderzoekingen gebleken is, dat 1000 louis d'or gemiddeld 6,423 KG wegen en 0,900 gehalte hebben, wat is dan te Parijs de reëele waarde van 1 louis d'or, als goud pair genoteerd wordt?

12631 Een partij van 1000 Levantiner Thaler weegt 27,948 KG en heeft een gehalte van 0,882. Bepaal hieruit de reëele waarde dezer munt, als de prijs van het zilver f 45 is.

12641 De Nederlandsche Bank vond in 1874 voor het gewicht van 500 eagles 8,855 KG en voor het gehalte 0,900. Wat was destijds de waarde van 1 eagle, als goud op 10£ °/o aSio genoteerd stond?

1265i De Nederlandsche Bank kocht in 1908 400 eagles, wegende bruto 6,681 KG, en stelde het gehalte op 0,8995, den prijs op f 1648. Bereken hieruit de waarde van 1 eagle.

12661 Bereken voor Parijs de metaalwaarde van 1 sovereign, als 1000 sovereigns 7,981 KG wegen en 0,9165 gehalte hebben, terwyl het goud pari staat.

1267) Wat is te Parijs de reëele waarde van een ouden halven imperiaal, bij een goudprijs van 1 °/n0 prime, als 1000 stuks uitkomen op een gewicht van 6,538 KG en een gehalte van 0,916?

12681 Wat is het netto provenu van 1000 louis d'or, als men ze tot gouden wïllems laat vermunten en daarbij 1 °/oo remedie voor slijtage en andere afwijkingen, ^ #/o muntloon en 15 dagen renteverlies a 4 °/0 berekent?

12691 Wat is het netto provenu van 1000 louis d'or, bruto 6,445 KG, aan de Nederlandsche Bank verkocht a ƒ 1648, als daarbij het gehalte op 0,899 gesteld is?

1270) Bepaal het netto provenu van 1000 sovereigns in de onderstelling, dat er gouden ivillems uit geslagen worden, de remedie voor slijtage ■£■ °/0, het muntloon \ °/0 en het renteverlies 15 dagen a 6 °/o bedraagt.

1271) Wat brengt de voorgaande partij sovereigns op, als ze bruto 7,98 KG weegt en aan de Nederlandsche Bank, die het gehalte op 0,916 stelt, verkocht wordt a ƒ1647,50?

12721 Bereken het verkoopsbedrag van 1250 eagles, bruto 20,893 KG, bij de Nederlandsche Bank geplaatst a f 1648, als het gehalte op 0,899 gesteld wordt.

3. Het handelspari.

§ 298. De handelswaarde of de koers der munten hangt niet alleen van haar reëele waarde, maar ook van de betrekking tusschen vraag en aanbod af (§ 260). Is een munt, onder bestaande omstandigheden, bijzonder geschikt om op een bepaalde plaats schulden te betalen, dan is de koers niet zelden ver boven de reëele waarde (§296, voorbeeld No. 308). Ook kan het voorkomen, dat de koers eener munt tijdelijk onder de reëele waarde staat, al is deze toestand gewoonlijk van korten duur.

Sluiten