Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de behoefte, om het doen van betalingen gemakkelijker te maken dan met munt mogelijk is. Gesteld bijv. Ac V) te Amsterdam heeft van Pd te Parijs fr 2000 te vorderen, terwijl tezelfdertijd A,/ te Amsterdam aan Pc te Parijs een som van fr 2000 schuldig is. Om de hier genoemde schulden en vorderingen te vereffenen, zou P(| te Parijs fr 2000 naar A<• te Amsterdam, en A,i te Amsterdam fr 2000 naar Pc te Parijs kunnen overmaken. Zoodoende zou een som van fr 4000 worden verplaatst. Die verplaatsing is echter geheel overbodig. Neemt men namelijk aan, dat de vier genoemde personen met elkanders verplichtingen bekend waren, dan zouden zij kunnen overeenkomen, dat Ad de som, die hij aan Pc schuldig is, aan Ac betaalde, terwijl Prf de som, die hij aan Ac zou moeten voldoen, aan Pc ter hand stelde. Hiermede zouden de wederzijdsche schulden en vorderingen zonder geldverzending vereffend zijn.

Daar de genoemde personen in den regel niet met elkanders verbintenissen bekend zijn, maken zij gebruik van een tusschenpersoon, den bankier of den wisselmakelaar. De zaak draagt zich nl. als volgt toe:

Ac te Amsterdam trekt een wissel van fr 2000 op P,j te Parijs en stelt dien aan zijn bankier ter hand. Ad te Amsterdam koopt dezen wissel van den bankier en zendt (remitteert) het stuk naar Parijs, om daarmede zijn schuld Mj Pc te voldoen. Pc eindelijk ontvangt het wisselbedrag van P«/. Ac schrijft nu den volgenden wissel:

Amsterdam, 1 Februari 1908. Goed voor fr 2000,—

Drie dagen na zicht gelieve UEd. te betalen tegen dezen wisselbrief aan (den Heer) B. (bankier te Amsterdam) of order de som van

Twee duizend francs,

waarde in rekening. 2)

Den Heer Pd te Parijs. get. Ac.

Komt nu Ad bij den bankier, om een wissel van fr 2000 te koopen. dan draagt deze het stuk aan Ad in eigendom over, of zooals men in koopmansstijl zegt: „de bankier endosseert den wissel aan A</", door op de achterzijde te schrijven:

Voor mij aan (den Heer) Ad (te Amsterdam) of order, waarde ontvangen 3)

Amsterdam, 2 Februari 1908.

(get.) B.

J) De notatie is zoo gekozen, dat daaruit onmiddellijk kan worden opgemaakt, of de genoemde persoon debiteur of crediteur is. Ac beteekent: Amsterdam crediteur, A,j Amsterdam debiteur enz.

2) Hier is ondersteld, dat Ac het wisselbedrag niet van den bankier ontvangt, maar het op rekening laat staan.

3) Hier is ondersteld, dat A<; het wisselbedrag aan den bankier betaalt.

Sluiten