Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hjj moet echter een 2/m wissel trekken, die dezelfde waarde heeft als de gevonden R 4800 3/m. Ware nu de gevraagde 2/m wissel bekend, dan zou men hem, bjj herleiding tegen den 3/m koers, met 1/m disconto a 6 °l(l, dus met J °/0, moeten vermeerleren, d. i. men zou de herleiding moeten uitvoeren met behulp van de vergelijking: R 100 2/m = R 100^ 3/m. (Zie de volgende nota). Dezelfde vergelijking zal dus ook gebruikt moeten worden, om uit het bekende 3/m wisselbedrag de gevraagde 2/m traite af te leiden. Derhalve:

R 4800 3/m = X R 100 2/m = R 4776,12 2/m.

TWEEDE nPLOSSINli.

Men kan de bovenstaande berekeningen vereenigen in een kettingregel, die dan als volgt komt te staan:

R 2/m m — f 6000 contant contant ƒ 125 = 100 R 3/m

R 3/m 100^ - 100 , 2/m

R x = R 4776,12 (per 2/m).

Rotterdam doet Petersburg nu de volgende nota toekomen:

Mijn traite, R 4776,12 per 2/m bij 1/m disconto a 6 °/0 „ 23,88

R 4800,— per 3/m a 125 . . . ƒ6000,-

De nota wordt ook wel als volgt opgesteld:

Mijn traite, R 4776,12 per 2/'m a 125 per 3/m /'5970,15 bij 1/m disconto a 6 °/n „ 29,85 ƒ 6000,—*

Opmerking. Bij de vraag naar het wisselbedrag, dat dienen moet, om een gegeven schuld of vordering te vereffenen, gaat men, zooals uit het voorgaande blijkt, steeds uit van de usantie, die bij de berekening der waarde van een gegeven wisselbedrag gevolgd wordt. En deze usantie is: Als het wisselbedrag gegeven is, dan icordt het disconto zonder uitzondering berekend in percenten van 't honderd van het gegeven wisselbedrag.

Volgens deze usantie is dus de opstelling als volgt:

Wisselbedrag R 2/m

bij 1/mdisc.a6 °/0 = £ °/0 (van 'thonderd)

100^ °/# van 't wisselbedrag = R 3/m

a f 125 contant per R 100 3/m ƒ6000 contant.

Hieruit vindt men:

f 6000 contant a R 100 3/m per ƒ 125 contant = X R 100 3 m =

1J5

R 4800 3 m. (Zie de eerste bewerking in de eerste oplossing).

Sluiten