Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is de geldnemer, ingeval van opzegging, niet verplicht, een minimum van 15 dagen rente te vergoeden.

De geldgever kan een gesloten prolongatie niet binnen een maand opvragen. Wenscht hij ze niet te verlengen, dan moet hg den geldnemer op den laatsten dag vóór den vervaldag hiervan kennis geven. Verzuimt hjj dit, dan wordt de post geacht, van zyn kant voor 1 maand verlengd te zp.

Beleeningen worden gesloten voor drie maanden.

De geldnemer is gerechtigd, de geleende som tusschentjjds af te lossen, mits hij de rente over volle beleening-maanden, gedeelten voor geheele gerekend, betale. Wenscht hij de beleening niet te verlengen, dan moet hij den geldschieter daarvan op den vervaldag kennis geven; bij gebreke hiervan wordt zij geacht voor 3 maanden verlengd te zijn tegen den rentestand van den vervaldag.

De geldgever kan een gesloten beleening niet binnen 3 maanden opvragen. Wenscht hij ze niet te verlengen, dan moet hij den geldnemer op den laatsten dag vóór den vervaldag hiervan kennis geven. Verzuimt hij dit, dan wordt de post geacht, van zijn kant voor 3 maanden te zjjn gecontinueerd.

Beleeningen en prolongatiën, op den 31"t,n eener maand gesloten, worden gerekend te vervallen op den laatsten dag der maand, waarin het contract zou afloopen, als die maand ook 31 dagen had.

De rente wordt, bij beleening en prolongatie, berekend over maanden van 30 dagen (1 jaar rr 360 dagen). Posten, op den 31sten eener maand gesloten, worden te dezen aanzien gelijk gesteld met posten van den lst0" der volgende maand. De rente is verschuldigd tot den vervaldag 1); bij opzegging tusschentijds echter: voor beleeningposten tot het einde der ingetreden beleening-maand, voor prolongatieposten tot den dag van opzegging. Zij moet met de hoofdsom worden betaald op den eersten beursdag na den vervaldag of na de opzegging.

De waarde van het onderpand in fondsen moet steeds volgens beursprijs, zonder bijvoeging van rente, bij beleeningen minstens met 20 °/0, bij prolongatiën en geldleeningen on call met 10 °/0, het bedrag van het voorschot overtreffen. Telkens als, bij daling der beursprijzen, het vereischte surplus niet meer aanwezig is, moet het uiterlijk den volgenden dag worden aangevuld.

Voldoet een der partijen niet aan zijn verplichtingen, dan heeft de andere het recht, de schade op de nalatige partij te verhalen. De geldschieter kan dan het onderpand verkoopen, de geldnemer het verpande fonds inkoopen voor rekening van de tegenpartij.

11 Een prolongatie, gesloten op 31 Januari 1909, vervalt dus op 28 Februari d.a.v.; de daarbij te berekenen rente loopt over 27 dagen.

Sluiten