Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

17381 Mon berekent de waardeverhouding tusschen goud en zilver gewoonlijk door den Londenschen zilverprjjs, in pence uitgedrukt, te deelei» in het getal 943. Hoe wordt dit getal gevonden?

1738*) Om uit den zilverprijs te Londen den pariprijs voor Amsterdam af te leiden, vermenigvuldigt men den eersten met 1$, bijv.: 28 d te Londen := IJ X 28 = f 49,— te Amsterdam. Hoe toont mon dit aan ? Voor wisselkoers worde het wisselpari gebruikt. 1)

1739) Een maatschappij heeft een kapitaal, bestaande uit volgefourneerde aandeelen van f gulden en uit tweeërlei niet-volgefourneerde, die nominaal f gulden groot zijn, en waarop en f2 gulden gestort is. De koersen dezer aandeelen ter beurze van Amsterdam zijn, onder overigens gelijke omstandigheden, respectievelijk 100 ± k, 100 ± kt en 100 ± k2 percent. Bewijs, dat men heeft:

f : ft = k : kt en ft : f2 = kt : k2.

1740) In het jaar 1489 hield de St. Andries-gulden, die voor 20 stuwers in omloop was, 19 karaten goud en 4 karaten zilver, terwijl 72 stukken 1 mark trooisch wogen. De grand doublé, waarvan 39 stukken uit een mark muntzilver van 11 penningen en 18 grein geslagen werden, had koers voor 4 stuivers. Wat was naar deze gegevens de verhouding tusschen de waarde der beide metalen in het genoemde jaar? Fijn goud hield 24 karaten a 12 greinen en fijn zilver 12 penningen a 24 greinen.

1741) In het jaar 1663 stelde de regeering den prijs van een trooisch mark goud van 23 karaten en 8 grein op 70^ dukaten, dien van een trooisch mark zilver van 11 penningen en 8 grein op 7-ff^- zilveren rijders. Als nu de dukaat in het verkeer koers had voor 5 gulden, de eilveren rijder voor 63 stuivers, welke verhouding bestond dan in het genoemde jaar tusschen de waarde van goud en zilver?

1742) Welke verhouding vindt men te Londen tusschen de waarde van goud en zilver uit de volgende koersen: bar gold 77 s 9 d, bar silver 51f| d? 2)

1743) Welke verhouding vindt men te Parijs tusschen de waarde van goud en zilver uit de volgende noteeringen: goud 6%,, prime, zilver 135 %o pertet 2) Zie § 270.

1744) Hoeveel zilveren roebels kan men vervaardigen uit 11195 Oostenrijksche florijnen ? -)

1745) Te Londen bedraagt de prijs van tin 98 s per cwt, contant zonder korting, commissie 1 %, verschepingskosten 5 s per ton, vracht naar Nederland 8 s en 5 % P®r ton> assurantie-premie 2 °/oo> koers °P Neder-

') „Foderatie"-examens. 2) Acte-examens middelbaar onderwijs.

Sluiten