Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het goudagio 450 °/0, één jaar later 1300 °/0, twee jaar later 2400 °/0; in December 1903: 1 £ sterling = 240 è, 300 $ papier; in April 1905: 1 § ffoud = 100 S papier. In dit jaar werd een wet tot invoering van den gouden standaard aangenomen met een nieuwen peso, gelijk aan den Noord-Amerikaanschen dollar — 1,036 colombiano in goud, als munteenheid. Van aanmunting der nieuwe stukken is echter nooit gebleken. In Juni 1907 werd bepaald, dat munteenheid zal zijn de gouden peso (gj., verdeeld in 100 centavos, in gewicht en gehalte gelijk aan 4 £ sterling. De andere gouden munten zullen zijn het Columbiaanschepond ilibra) — 5 § en het halve pond =z $. Tot hiertoe is nog geen goud aangemunt, wel echter pasmunt, waarbij 1 § in pasmunt = 100 $ papier. Gewichten : 1 cargo, — 10 arrobas a 25 libras = 115 KG.

CONGO. Munten: het stelsel der Latijnsche unie, § 268.

COSTA RICA. Munten: In October 1896 is de gouden standaard aangenomen met den colon a 100 centimos = 0,778 G goud van 0,9 als munteenheid. Er zullen geslagen worden stukken van 20,10, 5 en 2 colons. Vergeleken met den gouden tcillem, is 1 colon — f 1,16 bijna. Er schijnt gedeprecieerd papiergeld in omloop te zijn: wisselkoers op Londen = 16 a 17 d per cofow-papier.

CUBA. Munten: Een peso of piaster — 8 reales of ook = 100 centavos. Sedert 1899 moeten rechten en belastingen worden voldaan in N.-Amerik. s, of in vreemd goud, waarbij 1 Spaansche alfonso — $ 4,82. 1 Fransche louis d'or — $ 3,86. Verder is 8 100 = 110 pesos in de landsmunt. Zie ook Spanje.

CYPRUS. Munten: Tot Februari 1909 waren 180 iTurksche)piasters — 1 £ sterling. Engeland slaat op deze basis zilverstukken van 18 en 9 piasters.

DENEMARKEN. Munten: zie § 281. Maten: 1 laest (voor graani = 12 tiinde a 8 skjaepper a 4 fjerdingkar a 2 ottingkar; 1 Hinde = 139,12 L. Gewichten: 1 skippund = 20 lispund a 16 pund — 160 KG.

In April 1907 heeft de Deensche vertegenwoordiging het voorstel tot invoering van het metrieke stelsel goedgekeurd.

DUITSCHLAND. Munten: zie § 274. Noord-Duitschland. Vóór 1857 bevatten 14 Thaler 1 Keulsch Mark of 233,855 G fijn zilver; na dien tijd 30 Thaler = 500 G fijn. 1 Thaler = 30 Silbergroschen a 12 Pfenniyc. Tot de gouden munten behoorde de Friedrich d'or (a 5 Thaler), waarvan 35 stukken uit 1 Keulsch Mark muntgoud van 21 ■§ karaat (1 karaat = fa) geslagen werden. — Hamburg. Vroeger rekende men in den groothandel in Mark-Banco, waarvan 27f gelijk gesteld werden aan 1 Keulsch Mark fijn zilver; in 1868 stelde men 59| Mark-Banco — 500 G fijn. 1 MarkBanco = 16 Schillinge a 12 Pfennige. — Bremen. Vroeger rekende men in Thaler louis d'or a 72 Grot a5 Schwaren; de hoofdmunten waren goudstukken, louis d'or, waarvan 39 j een Keulsch Mark fijn moesten bevatten;

Sluiten