Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een derde factor van moreele en intellectueele verzwakking bij: de verzwakking van den wil, met als gevolg volkomen doellooze handelingen, 't lichtzinnig sluiten van overeenkomsten, 't afbreken van oude betrekkingen. Bij dat alles komt nog een steeds grooter wordende prikkelbaarheid, die vaak leidt tot teugellooze drift met bedreigingen, zelfs mishandeling van zijn omgeving, als die den drinker van zijne verkeerde wenschen en plannen tracht af te brengen.

Reeds op dezen trap ontbreekt den drankzuchtige elk inzicht in zijn toestand. Slechts zelden gelukt 't nog hem er van te overtuigen, dat hij ziek is en genezen moet worden, t Bedriegelijke gevoel van welbehagen, gevolg van den alcohol, maakt dat de zaken hem niet zoo verschrikkelijk toeschijnen als anderen 't willen doen voorkomen, In uren van haarpijn alleen slaat soms de opvatting van zijn toestand in 't andere uiterste over, zoodat hij nu alles volkomen hopeloos inziet. Door wroeging verteert doet hij zichzelven de gelofte geen alcohol meer te drinken, hij kan 't toch laten als hij maar wil. Reeds na eenige uren is met de haarpijn de pessimistische opvatting van zijn toestand verdwenen, hij ziet nu de zaak weer anders in. Met alle kracht gaat hij weer aan den arbeid, maar nauwelijks is hij begonnen, of de lust tot werken is weg, daar zijn kracht reeds lang niet meer tegen de moeilijkheden van zijn arbeid is opgewassen. Een vertwijfelde stemming maakt zich van hem meester, en hij grijpt weer naar de flesch.

Dieper en dieper zinkt de drinker. Als niet tusschenbeidekomende ziekten een vroeg einde aan

Sluiten