Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gesticht, en de onder curateele gestelde drankzuchtige is moeilijk, meestal in 't geheel niet, er toe te brengen zich in zulk een gesticht te laten verplegen, daar men als zeker kan aannemen, dat de curateele eerst dan zal worden aangevraagd, als de drankzucht reeds tamelijk ver is gevorderd, als de patiënt reeds begonnen is zijn vermogeu er door te brengen of mishandelingen van zijn omgeving, ja zelfs delicten voorgekomen zijn. De familie van den drankzuchtige meent bijna altijd dat zijn treurige neiging slechts in zijn naaste omgeving bekend is en doet al het mogelijke om de ziekte geheim te houden. Geen wonder dus dat ze niet gesteld is op een geding, waardoor de drankzucht in zeker opzicht gerechtelijk wordt bewezen, vooral nu volgens g 087 der C. P. O. de ondercurateelestelling wegens drankzucht door de rechtbank openlijk moet worden bekend gemaakt. Als nu de bovengenoemde gevolgen

" o O

van de drankzucht zijn ingetreden, is de geestelijke ondergang van den drinker ook reeds zoover gevorderd, dat het bij zijn gebrek aan inzicht en zijn prikkelbaarheid tegenover zijn verwanten nauwelijks te denken is, dat hij zich vrijwillig in een sanatorium zal laten opnemen. Prof. Aschaffenburg deelt de door Colla tegen § 681 C. P. O. geuite bezwaren niet, ik geloof terecht. Het is toch licht mogelijk, dat de dreigende curateele den drankzuchtige over pogingen tot zijn genezing welwillender doet denken en bovendien maakt toch § 1906 B. W. voorloopige voorzorgen mogelijk bij nog slechts voorgestelde curateele. In ieder geval kunnen thans de nabestaanden van drinkers, als 't hun niet nog in den aanvang der drankzucht gelukt, den zieke tot

Sluiten