Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Over enkele gedeelten, zooals over de sectio caesarea wijdt hij meer uit, bij welke gelegenheid hij tevens verbiedt groote incisies te maken. Thevenin geeft blijken van groote kennis, veel nadenken, veel overleg en eene groote belezenheid. Hij weet in weinige woorden te beschrijven, wat anderen in tal van hoofdstukken doen. De schrijvers over de geschiedenis en het ontstaan der chirurgie in Frankrijk geven Thevenin eene eereplaats onder de gidsen, die hen daarvoor den weg wijzen. Zijne groote nauwkeurigheid en duidelijkheid doen tal van donkere punten ophelderen.

Chatde Biendisant, Docteur-Régent de la Faculté de Médecine de Paris, houdt de volgende stelling vol: Dantur ne certa virginitatis indica? Paris 1066 in 4°. De schrijver geeft een negatief antwoord.

Jenu Peissonel, Médecin de Marseille, was een ijverig aanhanger van de oudheid, en heeft de volgende werken geschreven:

De temporibus humani partus, juxta doctrinam Hippocratis, tractatus, Lugduni 1666 in 8°. Een uittreksel uit dit werk komt voor in: „Le Journal des Savans," en is beter dan het werk zelf. Men vindt er in weinige woorden de gedachten van den schrijver, die een dik werk heeft geschreven om de meening van Hippocrates uit te leggen en te handhaven. Op tal van plaatsen is het werk onbegrijpelijk.

Pier re le Mercier, Docteur Régent de la Faculté de Médecine de Pai'is, is de schrijver van de stelling: Potest-ne infans per plures annos in utero matris ejusque tubis, sana superstite muliere, conservari? Paris 1667 in 4°.

Charles Drelineonrt, Docteur en Médecine de 1'Université de Montpellier, Médecin du Roi de France et Professen!'

Sluiten