Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kan erkennen. Wat hij in eigen gemoed niet met zekerheid kan te weten komen, dat zoekt hij in het collectief bewustzijn der menschheid. Hij raadpleegt de besten, de edelsten van ons geslacht en onderzoekt wat zij aangaande genade en verlossing gezegd en geleerd hebben. Maatstaf bij dat onderzoek blijft echter het individueel geweten: geen „uitwendige autoriteit ! Hoe zal evenwel — de vraag komt met dubbele kracht weer _ hoe zal het individueel geweten een goede maatstaf kunnen zijn? Ménégoz antwoordt: Tantum Deus cognoscitur, quantum diligitur. Geen kennisse Gods zonder liefde tot God!

Hiermede toegerust, „zullen wij met zorg moeten naspeuren wat de menschen en de boeken, die, volgens ons oordeel, de organen der meest volkomene openbaring van Gods gedachte zijn, ons prediken." ') Wanneer nu M. persoonlijk die verschijnselen van het geweten der menschheid bestudeert, dan ontmoet hij in de geschiedenis een gansch eenige persoonlijkheid: Jezus Christus. Nooit was iemand beter in staat het getuigenis des H. Geestes helder en klaar te verstaan. Jezus'getuigenis, zegt M., is „in mijne oogen de openbaring Gods in haar volkomen zuiverheid."

En wanneer wij nu aan Jezus vragen, hoe onze schuld vergeving kan erlangen, dan antwoordt Hij ons, dat God de wereld, meer dan wij denken kunnen, liefheeft, en dat Hij willens is alle menschen vergiffenis te schenken en hun het eeuwige leven en de eeuwige

') p. 13 t. a. p.

Sluiten