Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hetzelfde geldt van het geloof (foi) in den H. Geest, en zelfs van het geloof in Gods bestaan, aangezien de eerste beweging des geloofs mogelijk is, wanneer de Geest nog over-vol is van dwalingen (toute saturée d'erreurs). Maar dan moet toch krachtens zekere evolutie, het geloof in den levenden God spoedig geboren worden, nadat het eerst voor zichzelf onbewust is geweest.

Daarmee is ook reeds gesproken over den drievoudigen vorm waarin God zich openbaart als Vader, Zoon en H. Geest. Het geloof in God den Vader is het geloof (la croyance) aan het bestaan en de Voorzienigheid Gods; 't geloof in Christus is bovenal vertrouwen *) in zijn persoon, zijn zending, zijn goddelijk woord, zijn verlossingswerk, 't Geloof in den Geest: de overtuiging dat Gods Geest werkt in den geest, in het hart des menschen. Maar dit zijn slechts stralen van het groote licht, dat zich reflecteert door het prisma van het menschelijk bewustzijn. God is één, het geloof, d. i.: de toewijding van het ik aan God eveneens.

Dit geloof is de levenskern der (Christelijke) Kerk, welke overigens niets meer is dan een toevallige (contingente) vorm van religieuze gemeenschap. Jezus heeft dan ook geen nieuwe religie willen stichten, maar zijn doel was, het Evangelie te laten doordringen in alle bestaande godsdiensten en sociale organismen. De

') Hier dit woord „confiance" voor 't eerst.

Sluiten