Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn" (la sincérité) 1), en gaf van het aangehaalde de volgende interpretatie: „Ik heb de conclusie getrokken dat in de oogen van J. C., die ons de gedachte van zijn hemelschen Vader openbaart, een verkeerde geloofsvoorstelling geen oorzaak voor verdoemenis zijn kan, en dat wij behouden worden door het geloof, d. w. z. de overgave des harten aan God." 2) Te midden van dezen strijd riep prof. M. het uit: „Het Fideïsme wint gedurig veld." 3)

Wat den tweeden aanval betreft, meende prof. M. te kunnen volstaan met de aanhaling uit zijn dictaat over Rom 3 : 24 Supïxv rr, jótjS /apin, met

welke woorden van Paulus hij 't volkomen eens is. Het geloof is een genademiddel, en geen verdienstelijk werk. God vraagt alleen eene „beweging des harten naar Hem toe," al is dat geloof dan zwak en primitief, zooals bij den moordenaar aan het kruis; zoo het slechts waar is, neemt God het aan. 4)

Meer gewichtig zijn drie andere aanvallen op het Fideïsme, omdat zij het meer direct op de hoofdstelling gemunt hebben. Zij schrijven aan prof. M. de volgende meeningen toe:

1. 't Geloof komt als het ware magisch uit den bodem te voorschijn, zonder geloofsvoorstellingen. 6)

') Christ. 1897 No. 51, Public, s. 1. F. p. 269.

2) Christ. 1898, No. 2, Publ. s. 1. F. p. 280.

') Publ. s. 1. F. p. 268.

') Vie Nouvelle, 1898, No. 5. Publ. s. 1. F. p. 282.

') De predikant Molines in 1'Égl. Libre, 1894, No. 24. H. Monod Christ. 1897, No. 36; E. Doumeiïgue, ib. No. 38.

Sluiten