Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Prof. S. was begonnen in 1888 dienaangaande zijne meeningen te ontwikkelen in „La vie intime des dogmes et leur puissance d'évolution." r) De hoofdgedachte van deze bladzijden is deze, dat alle dogmen bestaan uit een levende, krachtige, geheimzinnige kern, eene ziel, en uiteen veranderlijk, wisselend, verouderend lichaam. Aan de vorming dier dogmen gaat altijd vooraf: het godsdienstige leven zelf — eene innerlijke vroomheid, zonder welke de schoonst geformuleerde dogmen zinledig en dood zijn. In de geschiedenis verschijnt de religie het eerst als persoonlijke vroomheid : de innerlijke emotie van den religieuzen mensch wordt geboren, hij weet zelf niet hoe, onder den indruk van gebeurtenissen of van geïnspireerde woorden; — eerst later tracht die emotie zichzelf bewust te worden in het dogma, en blijft dan daarin voortleven, ongestoord door de ontwikkeling, die dit dogma neemt, of de kritiek door volgende geslachten daarop uitgebracht. S. vergelijkt de dogmen niet de taal: het dogma is de taal, die het geloof spreekt; evenals het levenselement der taal de gedachte is, die zich krachtig kan uiten ook waar de welluidendheid der woorden of de correctheid der uitdrukking ontbreekt - zoo is het levenselement der dogmen het innerlijk leven der vroomheid, krachtig en edel, ook al is de uitdrukking dier vroomheid aan evolutie onderworpen en vatbaar voor kritiek. Wil men

') In de Revue Chrct. Later in de „Esquisse" opgenomen, ald. p. 297-346 (daar getiteld „de la Vie des Dogmes et de leur ëvolution historique).

Sluiten