Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeiven van de gewisheid van zijn geestelijk leven. J) In elk geval, uit dit conflict treedt zegevierend te voorschijn: het bewustzijn aangaande een Wezen, dat, boven alle tegenstellingen verheven, mij behoudt, daar Hij machtig is die tegenstellingen te verzoenen.

Niemand zegge: dit is een salto mortale! Integendeel, zegt S., het is een salto vitale! — Het is het religieus geloof van den geest in zichzelven.

Na een lofzang op de „innerlijke religie," die doet denken aan Kant (O Pflicht, du hehrer Name!) gaat de schrijver het verschil ontwikkelen tusschen objeetieve en subjectieve kennis. Objectief noemt S. de kennis, die geen eigenaardige kleur ontvangt door den persoon die kent; 2) subjectief de kennis, welke wisselt met de innerlijke gesteldheid van het subject. 3) Althans dit schijnt de zin der volgende woorden: 4) „Nous appellerons objective toute idee ou qualité qu'il sera possible de rapporter a 1'objet seul, considéré indépendamment de

') „Une activité de 1'esprit se saisissant lui-mème, et, par un acte de foi intime, qui, dans eet ordre, n'est que la 1'orce ou Pélan instinctif de 1'être qui veut persévérer dans 1'être, s'affirmant a luimème la réalité de sa vie spirituelle"(!) De tekst in de Esquisse luidt eenigszins anders (p. 363).

') 2 x 2 4; of een achtenswaardig mensch dan wel een booswicht dit zegt, dat verandert niets aan deze kennis, daarom is ze „objectief."

3) De dwaas zegt in zijn hart: Daar is geen God. De vrome kent den Vader van Christus. De kennis van dezen laatste staat en valt met zijne gezindheid. Wordt de vrome een boosdoener, dan verbleekt de kennis, die hij van God heeft, om straks te niet te gaan. Deze kennis is dus: „subjectief."

') Esquisse p. 369.

Sluiten