Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij de natuurwetenschappen is dit geheel anders. Aangezien de onderscheiding van Kant tusschen phenomeen en „Ding an sich" onhoudbaar en ongerijmd is (S. zegt: „das Ding an sich ist ein Unding") omdat deze onderscheiding de deur zou openen voor scepticisme op het terrein der wetenschap, mag men aannemen dat onze zinnen ons de dingen der buitenwereld naar waarheid en op adequate wijze overbrengen. Die veronderstelling wordt bevestigd door het wetenschappelijk denken, dat tusschen alle waargenomen verschijnselen een band constateert; en dus mag men besluiten dat er tusschen alle denkbare verschijnselen der buitenwereld noodzakelijk een band bestaat. Deze noodzakelijkheid is niet empirisch waargenomen, „maar iets ideaals dat onze geest bij alle kennis voegt;" wij kunnen niet anders denken dan volgens die noodzakelijke wetten, wier waarheid door de ervaring bevestigd wordt. Deze noodzakelijkheid nu is de objectiviteit zelf.

Waar het elimineeren van het subject volkomen is, en alleen de noodzakelijke wetten te pas komen, daar is de wetenschap geheel objectief: 2 x 2 — 4. Daarentegen is geschiedenis en psychologie niet denkbaar zonder inmenging van subjectieve beschouwingen , en daarom nooit gansch en al objectief.

Geheel subjectief is de godsdienstige kennis, daar deze geheel uitgaat van de verhouding des harten tot het object, God. Men zegge niet, dat iemand zonder godsdienstig te zijn eenige Godskennis zou kunnen hebben : gesteld al, dat men als wijsgeer kon uitmaken

Sluiten