Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Werden van wijsgeerige zijde groote bezwaren tegen het Symbolisme ingebracht, niet minder was dit het geval waar theologen zich deden hooren.

De beginselen, neergelegd in de „Vie intime des dogmes," waren in Fransch-Zwitserland en te Montauban lang niet met onverdeelde instemming begroet.

Het eerst had zich doen hooren de Revue van Montauban ; spoedig daarop de bekende hoogleeraar te Neuchatel, Fr. Godet, in een artikel, getiteld:,, Le Nouveau Testament contient-il des dogmes?"

Godet onderscheidt bijbelsche en kerkelijke dogmen. Onder bijbelsche dogmen verstaat hij: feiten, „natuurlijk" behoorende tot het gebied van 't bovennatuurlijke, en daarom de bevestiging eener autoriteit behoevende, welke autoriteit door de Kerk is aanvaard. Deze autoriteit is Christus in de eerste plaats, vervolgens ook de apostelen. De inhoud van het „bijbelsche dogma" — dat men in geen geval in éénen adem met het kerkelijke dogma beoordeelen of veroordeelen mag — is van bovenzinnelijken aard; men zou de waarheid daarin medegedeeld niet weten, wanneer zij niet — dank zij aan de zorg der Voorzienigheid — door het dogma tot ons ware overgebracht. Zoo is de zondeloosheid van Jezus geen „godsdienstige ondervinding," maar eene waarheid, door het geweten bevestigd, omdat ze boven het geweten uitgaat; immers „la conscience n'est satisfaite que par ce qui la dépasse" (Ch. Secrétan). De Bijbel spreekt ons van „aardsche," maar ook en vooral van „hemelsche" dingen, welke de mensch niet kan contro-

Sluiten