Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De geleerde platonicus liet zich niet onbetuigd, maar antwoordde in een artikel getiteld „Révélation" *).

Hij verwijt daarin aan prof. S. dat deze zelf aanleiding gegeven heeft tot het gebruik van den term „bijbelsch dogma," omdat S. in zijn „Vie intime des Dogmes" de leer van Jezus en van de apostelen op ééne lijn heeft gesteld met de dogmen der latere Kerk. G. heeft „dogma ' gebruikt in den zin zooals het in 't N. T. voorkomt. Trouwens dit is een formeele quaestie welke de hoofdzaak niet raakt.

G. heeft niet bedoeld, dat de openbaring bestaat in de mededeeling van abstracte leerbegrippen , maar zijne meening is, dat zij bestaat in 't bekendmaken met feiten uit de bovenzinnelijke wereld. De leer van Jezus is slechts eene verklaring van zijn werk, de uitlegging van feiten, waardoor wij behouden worden. In dienst dier heilsfeiten staan ook de parabelen, die wel is waar geenszins zooals S. wil, alleen een religieuzen indruk moeten weergeven, maar die toch ook evenmin dienen moeten om zekere leer-waarheden in 't licht te stellen. Geen ideeën, maar interpretatie van feiten. Daarmede vervalt de beschuldiging van „Platonisme." Prof. Godet erkent gaarne, dat eene religieuze ervaring der Christenen aan het begin der Kerkgeschiedenis staat. Maar wat heeft men ervaren? Vóór den aanvang

') Rev. Chrét. 1892 p. 118-133, 253- 275. In plaats van eene bestrijding van 't beginsel, kenmerkt dit artikel zich helaas! door eene polemiek tegen allerlei onderdeelen van Sabatjer's betoog, en hierdoor is een eenigszins volledig weergeven van de gedachten bij eenige beknoptheid schier onmogelijk.

Sluiten