Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat S. hier ongelijk heeft, blijkt volgens B. ook uit het vage zijner voorstelling, wanneer men deze nader beziet. De emotie wordt godsdienstig genoemd, maar zonder denkbeeld is zij, gelijk Pillon heeft opgemerkt, niet godsdienstig maar alleen aesthetisch. Zij is „bewust, maar zonder denkbeelden; zij is „innerlijk alsof de indrukken van de natuur niet innerlijk waren! — zij is sui generis — maar van welk soort? — Zij is actief, maar waar is dan het doel dier activiteit? Is zij een gevolg van de openbaring? Maar wat is dan die openbaring zelf? Is de emotie hetzelfde als de openbaring? Maar dan roept God eene openbaring zonder idee, dus geheel magisch, in den mensch wakker.1)

Even ongerijmd — volgens Bois — is de voorstelling, die van het ontstaan der oorspronkelijke emotie gegeven wordt. Volgens Sabatier zijn zedelijk en wetenschappelijk leven met elkander in strijd. „Ma morale dément ma science" a); het determinisme der wetenschap vernietigt mijn zedelijk bestaan. Nu vraagt Bois: Was dit wel de geestelijke nood van Mozes of Abraham? Zou bij den mensch de zonde geen diepere geestelijke ellende werken dan het „conflict tusschen het theoretische en het practische denken"? Hier erkent B. den invloed van Schleiermacher , Pfleiderer, enz.-M Inderdaad is een godsdienst niets zonder erkenning van de

') Hier is aangehaald E. Doumergue. Christ. au XIX. Siècle, 21 janv. 1892.

2) Revue Chrét. p. 261 t. a. p.

3) Théorie d'une conn. rel. p. 78.

Sluiten