Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze laatste grondgedachte was — zonder directe . polemiek — ontwikkeld door Gaston Frommel, in „Des conditions actuelles de la foi chrétienne" >). Naar hij meent, moet het Christendom onzer dagen rekening houden met den ontzaglijken vooruitgang der wetenschap. Het geloof moet rekenen met de feiten en een (theoretisch) fundament zoeken daar, waar de wetenschap niets anders heeft te doen dan toe te stemmen. Zulk een feit is ons zedelijk bewustzijn, dat spreekt niet van een zijn, maar van een moeten zijn. Wij moeten dus uitgaan van het verplichtingsgevoel, maar niet zeggen met Kant, dat het „du solist" eene wet is, inhaerent in onzen wil, want dan zou die wet dwingen, niet verplichten. Evenmin kan die wet eene verhouding van den wil als „noumenon" tot dien als „phenomenon" zijn, want dan ontstaat een dualisme, door geen wetenschap gewettigd. In elk geval is verplichting „de werkelijke verhouding van twee positieve factoren." Hier openbaart zich aanvankelijk een onbekende God, die zeer streng, maar ook oneindig lankmoedig is. In Christus ziet het geloof deze schijnbare antinomie als eenheid, en in Hem leert men den God van 't geweten kennen als „onzen Vader."

Nog ééne beoordeeling van het Symbolisme hebben wij te noemen, eene stem die zich deed hooren uit het vaderland van Vinet in een artikel bijna gelijktijdig met het laatstgenoemde werk van prof. Bois gepubliceerd.

') 't Eerst in de Chrét. Évang. de Lausanne; daarna afzonderlijk uitgegeven 1892.

Sluiten