Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik die door mijne leermeesters of mijne ouders, want zij bezaten niets, dat zij zeiven niet ontvangen hadden." Zoo teruggaande langs de keten der historie, komen wij ten slotte tot een „scheppende ervaring." Cette expérience s'est faite, un jour, dans la conscience de Jésus-Christ." Daar is tot stand gekomen de Goddelijke openbaring, welke vervolgens, van geslacht tot geslacht zich verspreidend, de geheele menschheid verlicht. Hier geen absoluut volmaakte redewaarheden, zooals het rationalisme van Hegel wil; hier geen absolute Godheid, zooals de orthodoxie die in den tweeden persoon der Triniteit verlangt; hier een volmaakte gemeenschap met God, hier een afhankelijkheid van het „alomvattende beginsel" als die van zoon tot vader. Een Christen is Christen in die mate, waarin de „kinderlijke vroomheid van Jezus zich reproduceert in zijn binnenste." Allen, die zoo hun innerlijk leven hebben weten te verheffen van de laagte van egoïsme of hoogmoed tot de hoogte van de liefde en het leven in God, door eene radicale bekeering, waardoor zij vergeving verkregen voor hun vroeger leven; allen, die zóó Christen zijn, zij doen zijn geest herleven, zetten zijn werk voort en blijven even afhankelijk van Hem en gehecht aan zijn beeld, als dit het geval kan zijn bij de afstammelingen van een meer of minder bekenden voorvader wiens bloed en leven nog elk oogenblik in hunne aderen vloeit." \) Om den stam van dit bewustzijn, het groote mysterie

') p. 185 t. a. p.

Sluiten