Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geven. De eene orde der dingen ontleent hare beelden aan de andere en omgekeerd. Met eenheidsbeginsel tusschen geest en stof is onkenbaar, wereld en menschheid zijn niet, zij worden.

De voorstelling van God bij den mensch is altijd symbolisch: Hij is een Held, een Rechter, een Geneesheer, een Echtgenoot, een Vader, eene Moeder. Ook de hoogste symbolen blijven: beelden om Gods verhouding tot den mensch uit te drukken, 't Is nooit metaphysica.

In de H. Schrift vindt men ook een reeks van plaatsen, die zeggen, dat God onbegrijpelijk is. — In één woord, het Neo-criticisme is volgens S. eenzijdig en komt tot eene „mythologische" opvatting van Gods wezen. „Daar Hij niet het noodzakelijk Wezen is, doet Hij wonderen."

Maar wij keeren thans tot Bois terug. In zijne stellingen eert hij het Neo-criticisme1), en zegt evenals Pillon 2): „het Symbolo-Fideïsme heeft niet het recht aan zijne tegenstanders het dilemma te stellen : öf God is Ding an sich, onkenbaar, onbegrijpelijk, öf des menschen intelligentie is de absolute maat der dingen en wij kunnen eene opvatting van God hebben die volkomen adaequaat is." Tertium datur 3).

') Dit richt zich tegen een universeel determinisme, verwerpt alle contradictie, verwerpt dus het „oneindige", verwerpt het bestaan der stof (met Berkeley); aanvaardt geen materie, noch substantie: das Ding an sich ist ein Unding; hier aanraking met S.

s) In Année phil. 1897, beoordeeling van de „Esquisse."

3) Stelling X t. a. p.

Sluiten