Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De eerbewijzen, welke Jezus ten deel vielen na Zijne opstanding, waren volgens M. koninklijke eerbewijzen , volgens Oostersche gewoonte aan den MessiasKoning toegebracht. Eerst in het Grieksch-Romeinsche „milieu," waar de helden- en keizervereering heerschte, kwam de idee van de godheid van Christus op.

Wat is nu de waarheid van de orthodoxe Triniteitsleer ? Prof. Ménégoz antwoordt: God openbaart zich alleen in des menschen hart; d. w. z. persoonlijk, als M. Geest Het ik des H. Geestes is ident met het ik van God den Vader, den transcendenten God, maar voor onze voorstelling is „onze Vader in de hemelen" een ander Wezen. Ons gebed richt zich tot den transscendenten, ons geweten getuigt van den immanenten God. Alle uiting des Geestes nu is een Woord Gods. Dit woord is gegeven door menschen, waarvan wij krachtens ons religieus bewustzijn erkennen dat zij meer waren dan wij, maar bovenal in het orgaan des H. Geestes bij uitnemendheid, in den mensch met godmenschelijk bewustzijn (en in dezen zin den Godmensch), Jezus, onzen Meester, onzen Heer. Op godsdienstig terrein is Jezus de Zoon Gods, buiten dat terrein is Hij een gewoon feilbaar mensch. Van dat godmenschelijke bewustzijn is een „symbolisch" getuigenis dat omtrent zijne praeexistentie; terwijl eveneens de geboorteverhalen zinnebeeldig weergeven de groote waarheid van Jezus' gansch bijzondere afkomst.

M. eindigt dit artikel met de belijdenis: „Je crois au Dieu transscendant, au Dieu immanent objectivé et au

Sluiten